Aanvullen van subjectieve rechten
Einde inhoudsopgave
Aanvullen van subjectieve rechten (O&R nr. 109) 2019/14.2.1:14.2.1 Inleiding
Aanvullen van subjectieve rechten (O&R nr. 109) 2019/14.2.1
14.2.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. drs. T.E. Booms, datum 01-01-2019
- Datum
01-01-2019
- Auteur
mr. drs. T.E. Booms
- JCDI
JCDI:ADS300462:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
570. Om een subjectief recht als afhankelijk aan te merken, vereist art. 3:7 BW dat dat recht niet zonder een ander recht kan bestaan. Ik merkte al op dat daarbij een nuancering dient te worden gemaakt. Beperkte rechten, die niet kunnen bestaan zonder de rechten waarop zij zijn gevestigd, zijn niet om deze reden tevens afhankelijke rechten (zie randnummer 559). Om als afhankelijk recht te kwalificeren, dient een subjectief recht daarom niet te kunnen bestaan zonder een hoofdrecht, dat niét het moederrecht is waarop het eventueel is gevestigd (zie randnummer 51).1
571. Ook met de bovenstaande kanttekening is het echter nog niet mogelijk om puur en alleen op basis van art. 3:7 BW te bepalen of een subjectief recht afhankelijk is of niet.2 In plaats daarvan dient te worden gekeken naar het subjectieve recht dat als hoofdrecht zal dienen (14.2.2), het subjectieve recht dat als afhankelijk recht zal dienen (14.2.3) en de mate van afhankelijkheid tussen beide (14.2.4). De gevolgen van het aanmerken van een subjectief recht als afhankelijk bewaar ik zoveel mogelijk voor de navolgende paragrafen over het overgaan van afhankelijke rechten (paragraaf 14.3), het uitoefenen van afhankelijke rechten door anderen dan de rechthebbende (paragraaf 14.4) en het eindigen van de status als afhankelijk recht (paragraaf 14.5).