Individuele straftoemeting in het fiscale bestuurlijke boeterecht
Einde inhoudsopgave
Individuele straftoemeting in het fiscale bestuurlijke boeterecht (FM nr. 151) 2018/6.4.1:6.4.1 Inleiding
Individuele straftoemeting in het fiscale bestuurlijke boeterecht (FM nr. 151) 2018/6.4.1
6.4.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. I.J. Krukkert, datum 01-02-2018
- Datum
01-02-2018
- Auteur
mr. I.J. Krukkert
- JCDI
JCDI:ADS463256:1
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Fiscaal strafrecht
Fiscaal bestuursrecht / Boete
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Schuyt, p. 18-19.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit onderdeel zal ik de in het fiscale bestuurlijke boeterecht voorkomende strafbeïnvloedende factoren en omstandigheden beschrijven en vergelijken, waarbij ook wordt ingegaan op de waardering en weging van die factoren en omstandigheden. Vaak valt echter, zoals zal blijken, weinig te zeggen over de feitelijke weging en waardering van in aanmerking genomen strafbeïnvloedende omstandigheden, omdat de rechtsbronnen daar simpelweg geen uitsluitsel over geven. Dat neemt niet weg dat er vanuit beginselperspectief een theoretische exercitie kan plaatsvinden waarmee inzicht kan worden verkregen over algemene tendensen van waardering en weging van de te onderscheiden factoren en omstandigheden. Daarbij zal een koppeling worden gemaakt tussen de onderzochte factoren en omstandigheden en de van toepassing zijnde strafdoelen.
Maar allereerst zal ik ingaan op het eventueel rubriceren van de aangetroffen omstandigheden. Een dergelijke onderverdeling kan wellicht opheldering verschaffen over samenhang en verschillen tussen de bevonden omstandigheden en de (onderlinge) waardering en weging daarvan.
Rubricering
Om de strafbeïnvloedende omstandigheden te kunnen rubriceren, moet een indeling aangehouden worden die zowel op het fiscale bestuurlijke boeterecht als op het strafrecht van toepassing is. In het strafrecht komt dan vaak de driedeling ‘ernst van het feit’, ‘omstandigheden van het geval’ en ‘persoonlijke omstandigheden van de verdachte’ naar voren. Deze driedeling komt echter niet (geheel) overeen met de categorieën van het tweede lid van artikel 5:46 Awb of de indeling van strafbeïnvloedende omstandigheden volgens de paragrafen 7 en 8 van het BBBB. Er zal daarom van een ander soort indeling uitgegaan moeten worden.
Schuyt heeft in haar dissertatie ‘Verantwoorde straftoemeting’ de wettelijke strafbeïnvloedende omstandigheden van het Wetboek van Strafrecht onderzocht en deze ook gerubriceerd. Daarbij gaat zij uit van de pentade van Burke, een vijftal elementen die een verklaring kan geven voor ‘wat mensen doen en waarom ze het doen’.1 Deze elementen kunnen gezien de gelijkenis met het strafrecht ook toegepast worden op strafbeïnvloedende omstandigheden die in het fiscale boeterecht voorkomen.
Uiteindelijk heeft Schuyt de elementen van Burke min of meer vertaald naar de volgende vijf vragen, die een rol spelen bij straftoemeting:
De aard van het delict: de ‘wat’-vraag;
De persoon van de dader: de ‘wie’-vraag;
De wijze waarop het feit is begaan: de ‘hoe’-vraag;
De gevolgen van het feit: de ‘effect’-vraag;
De omstandigheden waaronder het feit is begaan: de ‘context’-vraag.
Bovenstaande vragen vormen ook mijns inziens een verantwoord algemeen vertrekpunt om de bevonden factoren met bijbehorende strafdoelen in te delen en te vergelijken. Deze geven niet alleen een beeld van de positie van een enkele strafbeïnvloedende omstandigheid binnen het totale afwegingskader, maar kunnen ook inzicht geven in de samenhang en de verschillen tussen de waardering en weging van groepen van strafbeïnvloedende factoren. Vandaar dat bij de beschrijving en de vergelijking zal worden uitgegaan van deze vijf vragen.
In de volgende subonderdelen wordt achtereenvolgens de betreffende fiscale strafbeïnvloedende omstandigheid omschreven, waarbij gerefereerd wordt aan de daarbij te hanteren rubricering. Daarna beschrijf ik de van toepassing zijnde strafdoelen en de mogelijke invloed daarvan op de weging en waardering van die omstandigheid. Tot slot wordt deze gespiegeld aan vergelijkbare strafrechtelijke fenomenen.