Gst. 2025/75
Naheffingsaanslag parkeerbelasting is geen sanctie; het bedrag kan niet door de rechter worden verminderd vanwege geen of weinig verwijtbaarheid; exceptieve toets aan het evenredigheidsbeginsel biedt evenmin ruimte voor vermindering. (Den Bosch)
HR 25-10-2024, ECLI:NL:HR:2024:1535, m.nt. A.P. Monsma
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
25 oktober 2024
- Magistraten
Mrs. J.A.R. van Eijsden, M.W.C. Feteris, J. Wortel, M.T. Boerlage en A.E.H. van der Voort Maarschalk
- Zaaknummer
23/04840
- Noot
A.P. Monsma
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD18568:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Handhaving algemeen
Bestuursrecht algemeen / Algemene beginselen van behoorlijk bestuur
Staatsrecht / Decentralisatie
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1535, Uitspraak, Hoge Raad, 25‑10‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:710, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 28‑06‑2024
- Wetingang
Essentie
Naheffingsaanslag parkeerbelasting is geen sanctie; het bedrag kan niet door de rechter worden verminderd vanwege geen of weinig verwijtbaarheid; exceptieve toets aan het evenredigheidsbeginsel biedt evenmin ruimte voor vermindering. (Den Bosch)
Samenvatting
Rechtbank Oost-Brabant heeft prejudiciële vragen gesteld aan de Hoge Raad over de parkeerbelasting. De rechtbank wilde weten of er op een of andere manier ruimte is om rekening te houden met de mate van verwijtbaarheid aan de kant van de parkeerder als die niet of te weinig parkeerbelasting heeft voldaan. In casu was sprake van een misverstand bij het aanmelden van een bezoeker in de parkeerapp ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.