Einde inhoudsopgave
Ontwikkelingen in het civielrechtelijk conservatoir beslag in Nederland (BPP nr. XV) 2013/10.5.3.2
10.5.3.2 Vertegenwoordiging in rechte bij verweer
mr. M. Meijsen, datum 27-05-2013
- Datum
27-05-2013
- Auteur
mr. M. Meijsen
- JCDI
JCDI:ADS495813:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
De toelichting op artikel 41 voorstel Europees bankbeslag vermeldt tevens dat de situatie van geen verplichting tot vertegenwoordiging in rechte overeenkomstig de juridische situatie in de meeste lidstaten zou zijn. In zowel het Commission Staff Working Paper Impact Assessment als het rechtsvergelijkende Hess-onderzoek is voor deze uitspraak geen basis te vinden.
Toelichting op artikel 41 voorstel Europees bankbeslag, p. 11.
Brief van 25 oktober 2011 van de Raad voor de rechtspraak aan de Minister van Veiligheid en Justitie mr. I.W. Opstelten, p. 12. Raadpleegbaar op www.rechtspraak.nl.
In het geval van een verzoek tot uitvaardiging van een EAPO omdat rechters nu al in bijna alle zaken nadere informatie/uitleg/stukken opvragen. Met leken valt hierover niet op een inhoudelijke en efficiënte wijze te spreken, aldus de Raad. Ook verwacht de Raad een tekort schieten van de inbreng (door de beslagene) in het geval een heroverweging wordt gebaseerd op ongegrondheid van de vordering of het niet reëel zijn van vrees voor verduistering. Tenslotte meent de Raad dat de inning van kosten (ik meen dat hier griffiegelden worden bedoeld) bij particulieren lastiger ligt dan bij advocaten met een rekening-courant. Tenslotte wordt gewezen op het zogenaamde ‘dempingseffect’: het feit dat de beroepsgroep van advocaten met professioneel advies onnodige beslagen kan voorkomen.
Omdat een verzoekschrift tot het leggen van conservatoir beslag moet worden behandeld door een rechterlijke instantie waarbij verplichte procesvertegenwoordiging geldt (de sector civiel van de rechtbank) moet het verzoekschrift zijn ondertekend door een advocaat (art. 278 lid 3 Rv).
Artikel 79 Rv: in alle overige zaken (dat wil zeggen: anders dan voor de kantonrechter) kunnen partijen niet in persoon procederen, maar slechts bij advocaat. Art. 255 lid 3 Rv, op grond waarvan partijen in Kort Geding ook in persoon kunnen procederen is niet van toepassing omdat een opheffingskortgeding wordt ingeleid met een dagvaarding.
Vertegenwoordiging door een advocaat in rechte is op grond van artikel 41 voorstel Europees bankbeslag niet verplicht. De reden hiervoor is dat hiermee de proceskosten beperkt worden.1 Deze bepaling heeft betrekking op beide partijen. In geval van verweer tegen een EAPO is het echter mogelijk dat het nationale recht vereist dat de partijen door advocaten worden vertegenwoordigd.2 Dit betekent dat de beslaglegger voor deze kosten bij het verkrijgen van een EAPO per definitie wordt gevrijwaard, maar de beslagene die verweer voert niet. De Raad voor de rechtspraak heeft in zijn advies over het voorstel Europees bankbeslag aan de Minister3 gepleit voor verplichte rechtsbijstand voor zowel indiening van een verzoek tot uitvaardiging van een EAPO als voor een verzoek tot heroverweging. De Raad acht een deskundige juridische uitleg in beide situaties noodzakelijk.4 In de Nederlandse situatie is voor zowel het indienen van een verzoek tot het leggen van conservatoir beslag (art. 700 Rv)5 als het verweer hiertegen door de beslagene (art. 705 Rv)6 vertegenwoordiging door een advocaat verplicht: beide partijen dienen derhalve kosten te maken voor vertegenwoordiging in rechte. Het is niet duidelijk hoe Nederland de behandeling van verzoeken inzake een EAPO wil gaan behandelen. De Raad voor de rechtspraak heeft aangegeven dat een mogelijkheid tot geconcentreerde behandeling bij een of meer gerechten wenselijk is.