Aftrekbeperkingen van de rente in het internationale belastingrecht
Einde inhoudsopgave
Aftrekbeperkingen van de rente in het internationale belastingrecht (FM nr. 132) 2008/5.6.3.1:5.6.3.1 De drie stappen van de regeling tegen onderkapitalisatie
Aftrekbeperkingen van de rente in het internationale belastingrecht (FM nr. 132) 2008/5.6.3.1
5.6.3.1 De drie stappen van de regeling tegen onderkapitalisatie
Documentgegevens:
mr. J. Vleggeert, datum 01-11-2008
- Datum
01-11-2008
- Auteur
mr. J. Vleggeert
- JCDI
JCDI:ADS297119:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht (V)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Internationaal belastingrecht / Belastingverdragen
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
Europees belastingrecht (V)
Europees belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De regeling tegen onderkapitalisatie is neergelegd in art. 10d Wet VPB 1969. Zij staat geen aftrek van rente toe voor zover sprake is van een bovenmatige financiering met vreemd vermogen. De regeling is alleen van toepassing als de belastingplichtige met andere lichamen in een groep is verbonden. Om te bepalen of sprake is van een bovenmatige financiering met vreemd vermogen moeten drie stappen worden gezet. De eerste stap heeft het karakter van een safe harbour. Als het vreemd vermogen niet meer bedraagt dan drie maal het eigen vermogen, wordt er vanuit gegaan dat geen sprake is van een excessieve financiering met vreemd vermogen. Voor zover het vreemd vermogen echter hoger is dan de safe harbour en het meerdere € 500 000 te boven gaat, is er een teveel aan vreemd vermogen. De tweede stap geeft de belastingplichtige de mogelijkheid zijn vermogensverhouding te toetsen aan de concernratio. De verhouding tussen het vreemd en het eigen vermogen van de belastingplichtige wordt in deze stap vergeleken met de verhouding tussen het vreemd en het eigen vermogen van het concern waarvan de belastingplichtige deel uitmaakt.
Slechts voor zover de verhouding tussen het vreemd en het eigen vermogen van de belastingplichtige hoger is dan die van het concern, is sprake van een teveel aan vreemd vermogen. De rente die betrekking heeft op een teveel aan vreemd vermogen volgens de eerste stap of – indien de belastingplichtige daarvoor kiest – de tweede stap, is in beginsel niet aftrekbaar. In de derde stap wordt het niet aftrekbare bedrag vervolgens beperkt tot het bedrag aan rente dat in het jaar per saldo is verschuldigd aan verbonden lichamen. De regeling tegen onderkapitalisatie is van toepassing vanaf 1 januari 2004.