Relativiteit, causaliteit en toerekening van schade
Einde inhoudsopgave
Relativiteit, causaliteit en toerekening van schade (R&P nr. CA21) 2019/7.5.3:7.5.3 Gevolgschade: inleiding
Relativiteit, causaliteit en toerekening van schade (R&P nr. CA21) 2019/7.5.3
7.5.3 Gevolgschade: inleiding
Documentgegevens:
D.A. van der Kooij, datum 01-08-2019
- Datum
01-08-2019
- Auteur
D.A. van der Kooij
- JCDI
JCDI:ADS589799:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 13 maart 1981,NJ 1981/635 m.nt. C.J.H. Brunner (Haviltex). Voor de inhoud van de verplichtingen uit overeenkomst is beslissend “de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan een contractsbepaling mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten”.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
369. Naast schade die bestaat uit kosten om elders de prestatie waarop de verbintenis recht gaf te verkrijgen, kan de schuldeiser door het niet (tijdig) verkrijgen van de prestatie schade lijden doordat de schuldeiser niet de voordelen waartoe de prestatie zou leiden heeft kunnen realiseren en/of de schuldeiser de prestatie niet heeft kunnen inzetten ter voorkoming van nadelen.
Om het beschermingsdoel van de verplichting ter zake van deze gevolgschade vast te stellen is het nodig om – in navolging van art. 6:248 lid 1 BW – onderscheid te maken tussen enerzijds verplichtingen die partijen zijn overeengekomen en anderzijds verplichtingen die voortvloeien uit de wet, de gewoonte of de redelijkheid en billijkheid. Naar ik meen hangt doorgaans de wijze waarop de inhoud van een verplichting uit een overeenkomst wordt vastgesteld af van de bron van de verplichting. De inhoud van overeengekomen verplichtingen wordt bepaald door de uitleg van de overeenkomst, in het algemeen aan de hand van de Haviltex-maatstaf,1 in welk kader de gemeenschappelijke bedoeling van partijen bij de overeenkomst een grote rol speelt. De inhoud van verplichtingen die voortvloeien uit de wet, de gewoonte of de redelijkheid en billijkheid worden bepaald door de uitleg van de wet, vaststelling van de gewoonte respectievelijk van hetgeen redelijkheid en billijkheid meebrengen.
Niet steeds zal dit scherp uit elkaar gehouden kunnen worden, maar als uitgangspunt is dit onderscheid nuttig. Waar bijvoorbeeld een wettelijke bepaling van aanvullend contractenrecht duidelijk is, zal men niet naar de Haviltex-maatstaf grijpen om vast te stellen wat deze bepaling meebrengt.
Ook de wijze waarop het doel van een verplichting uit overeenkomst zich laat vaststellen hangt, zoals ik hierna zal uitwerken, mijns inziens af van de bron van de verplichting.
In het navolgende zal bijvoorbeeld blijken dat hetgeen partijen ten tijde van het aangaan van de overeenkomst beoogden en aan schade konden voorzien, wel van belang is bij de bepaling van het doel van overeengekomen verplichtingen, maar doorgaans niet bij de bepaling van het doel van een verplichting die voortvloeit uit de wet in de zin van art. 6:248 lid 1 BW.