De integratie van fiscale gegevens in het rijksbrede toezicht
Einde inhoudsopgave
De integratie van fiscale gegevens in het rijksbrede toezicht (FM nr. 155) 2018/7.1:7.1 Inleiding
De integratie van fiscale gegevens in het rijksbrede toezicht (FM nr. 155) 2018/7.1
7.1 Inleiding
Documentgegevens:
M. Snippe, datum 20-10-2018
- Datum
20-10-2018
- Auteur
M. Snippe
- JCDI
JCDI:ADS382526:1
- Vakgebied(en)
Privacy / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Toezicht staat volop in de belangstelling en de ontwikkelingen gaan snel. Voor het toezicht is informatie van wezenlijk belang. Het is dan ook niet vreemd dat bestuursorganen hun blik richten op de enorme hoeveelheden data die de Belastingdienst heeft verzameld op basis van verstrekkende verplichtingen van belastingplichtigen.
Ook de politiek wil de fiscale informatierijkdom delen met de andere bestuursorganen. Rijksbreed toezicht is het toverwoord. Wat dat betreft kan de Belastingdienst de stormbal hijsen. Uitgaande van de voorspelling dat de ‘integratiestorm’ onafwendbaar is, richt dit onderzoek zich op de vraag of een veilige haven voor de fiscale informatierijkdom mogelijk is. Anders geformuleerd: welke informatie kan de Belastingdienst naar geldend recht delen met andere bestuursorganen op een wijze die
recht doet aan de belangen van de belastingplichtigen,
die transparant is en
geen afbreuk doet aan de geheimhoudingsplicht.
Het delen van fiscale gegevens kan het naleven van wet- en regelgeving in zijn algemeenheid ten goede komen. Het klassieke succesverhaal van de (Amerikaanse) belastingdienst voor de veroordeling Al Capone, is met talrijke voorbeelden uit te breiden. Anderen daarentegen zien deze ontwikkeling met argusogen aan. De belangen van de belastingplichtigen komen op die manier in gevaar.
De Belastingdienst zit als het ware tussen Scylla en Charybdis gevangen. Hij moet tegemoetkomen aan de toenemende behoefte van integratie van gegevens van de bestuursorganen. En dat kan gepaard gaan met een aantasting van het vertrouwen van burgers en bedrijven in de Belastingdienst en zo de kern aantasten van de eigen taakuitoefening. De ‘veiligheid van toevertrouwde gegevens staat op het spel’, met wellicht ongewenste gevolgen voor de fiscale compliance.
Om de positie van de Belastingdienst te kunnen bepalen bij het afwegen van de belangen, heb ik de volgende gelaagde probleemstelling geformuleerd:
Wat zijn de kaderstellende factoren voor het rechtvaardig kunnen vergaren en delen van fiscale toezichtgegevens en
Op welke wijze kan het harmoniseren van de mogelijkheden waarmee de toezichthouders hun gegevens vergaren, leiden tot een rechtvaardige integratie van gegevens van de Belastingdienst in het rijksbrede toezicht?
Om deze probleemstelling te kunnen beantwoorden heb ik vijf onderzoekvragen geformuleerd. De eerste staat centraal in hoofdstuk 2: Wat zijn de kaderstellende factoren voor het rechtvaardig kunnen vergaren en delen van fiscale toezichtgegevens?
Na het stellen van het kader ga ik met het beantwoorden van de tweede onderzoeksvraag in op de wettelijke taak van de Belastingdienst: Welke mogelijkheden biedt de wettelijke taak van de Belastingdienst voor het vergaren van gegevens voor het rijksbrede toezicht? Die taak bepaalt immers het bestaansrecht van de Belastingdienst en daarmee de legaliteit voor het verkrijgen van fiscale informatie van burgers en bedrijven (hoofdstuk 3). Die gegevens mogen alleen in het fiscale domein worden gebruikt (doelbinding). Een andere aanwending van gegevens is niet mogelijk. Het is zelfs wettelijk verboden.
Voor het beantwoorden van de derde onderzoekvraag positioneer ik de Belastingdienst als toezichthoudende overheidsinstelling: is het toezicht van de Belastingdienst qua aard te vergelijken met dat van andere toezichthouders? Dan komen de unieke taken en bevoegdheden van toezichthouders aan bod (hoofdstuk 4). Aan de orde komen ook de fundamentele verschillen tussen het fiscaal karakteristieke verplichtingenstelsel en het bevoegdhedenstelsel voor het uitoefenen van nalevingstoezicht.
Wat dat onderscheid in concreto tot gevolg heeft voor het vergaren van toezichtgegevens, komt in hoofdstuk 5 naar voren. De vierde onderzoeksvraag luidt dan ook of de Belastingdienst over unieke bevoegdheden beschikt om toezichtgegevens te kunnen vergaren? Ik vergelijk de bevoegdheden in de AWR met die in de Awb. Een comparatieve studie voor het beantwoorden van de vraag naar het karakter van de fiscale gegevens: functioneel equivalente gegevens of exclusief fiscale gegevens?
Vervolgens komt de problematiek naar voren over het afwegen van de belangen bij het delen van gegevens. De vraag is wie die dat moet doen, op welke wijze dat moet gebeuren en op basis waarvan? Ik besteed aandacht aan die vragen en expliciteer de belangenafweging voor het verstrekken van fiscale gegevens aan andere bestuursorganen (vijfde en laatste onderzoeksvraag).
Dit hoofdstuk besluit deze studie. Eerst beantwoord ik een voor een de onderzoeksvragen (par. 7.2). Aansluitend beantwoord ik mijn probleemstelling (par. 7.3). Op grond van die uitkomst formuleer ik enkele aanbevelingen die kunnen leiden tot een rechtvaardige integratie van fiscale toezichtgegevens in het rijksbrede toezicht (par. 7.4). Hierop aansluitend schets ik de contouren voor de wijze waarop een rechtvaardige integratie van gegevens kan plaatsvinden (par. 7.5). Ik rond af met een algemene beschouwing op deze integratie van fiscale toezichtgegevens (par. 7.6).