De integratie van fiscale gegevens in het rijksbrede toezicht
Einde inhoudsopgave
De integratie van fiscale gegevens in het rijksbrede toezicht (FM nr. 155) 2018/7.6:7.6 Slotopmerking
De integratie van fiscale gegevens in het rijksbrede toezicht (FM nr. 155) 2018/7.6
7.6 Slotopmerking
Documentgegevens:
M. Snippe, datum 20-10-2018
- Datum
20-10-2018
- Auteur
M. Snippe
- JCDI
JCDI:ADS382527:1
- Vakgebied(en)
Privacy / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
‘If you once forfeit the confidence of your fellow citizens, you can never regain their respect and esteem. It is true that you may fool all of the people some of the time; you can even fool some of the people all of the time; but you can’t fool all of the people all of the time.’ -Speech van Abraham Lincoln, Clinton, Illinois, 8 september 1854.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Dit onderzoek geeft het kader aan waarbinnen de Belastingdienst gegevens uit de fiscale informatierijkdom op een verantwoorde en transparante wijze kan delen met andere toezichthouders. Voor het rechtvaardig delen van gegevens heb ik als uitgangspunt gehanteerd dat de beide bestuursorganen (de gegevensverstrekker en de – ontvanger) wettelijk over dezelfde gegevens kunnen beschikken. De Belastingdienst vergaart zijn fiscale toezichtgegevens met een stelsel van bevoegdheden dat afwijkend is aan die van toezichthoudende organisaties. Een harmonisatie van het fiscale stelsel met het stelsel voor nalevingstoezicht ligt niet voor de hand. Daarvoor heeft de Belastingdienst een te afwijkende positie ten opzichte van andere (toezichthoudende) bestuursorganen.
Dit sluit echter het rechtvaardig delen van fiscale gegevens niet uit. De afzonderlijke bestuursorganen kunnen immers elk met hun ‘eigen stelsels’ veelal functioneel gelijkwaardige gegevens verkrijgen. Het harmoniseren – in de zin van het op elkaar afstemmen – van de mogelijkheden tot het vergaren van gegevens kan daarentegen wel plaats vinden ondanks de afwijkende stelsels.
Het delen van die gegevens, of in de meest vergaande vorm het integreren daarvan, kan een positieve bijdrage leveren aan het rijksbrede toezicht. Met een zorgvuldige belangenafweging van burgers en bedrijven verhoogt dit de kwaliteit van het toezicht. Om de nalevingsbereidheid van burgers en bedrijven niet negatief te beïnvloeden, moet er een zogenaamde veilige haven zijn voor de informatierijkdom. Hun privacy moet gewaarborgd blijven.
De unieke positie van de Belastingdienst is naar voren gekomen door een collectieve verantwoordelijkheid voor burgers en bedrijven. Zonder het belang van andere wet- en regelgevers en de toezichthouders te veronachtzamen, is het mijns inziens belangrijk te beseffen wat de wettelijke taak van de Belastingdienst is: het heffen en innen van belastingen. Het uitvoeren van die taak vraagt om een brede maatschappelijke transparantie van burgers en bedrijven. Vertrouwen in de dienst is daarbij van wezenlijk belang. Hetgeen aan de inspecteur is toevertrouwd, mede vanuit het eigen belang van burgers en bedrijven om te komen tot een rechtvaardige belastingheffing, is slechts ten dienste van de belastingheffing. Een doelbinding met strikte geheimhouding sluit een andere aanwending uit. Daar moeten burgers en bedrijven gerechtvaardigd op kunnen vertrouwen. Dat vertrouwen mag de Belastingdienst niet beschamen. En dat vereist ook van de Belastingdienst transparantie.
Dat houdt echter niet in dat de Belastingdienst te allen tijde een gesloten bastion hoeft te blijven. Gegevens en inlichtingen die burgers en bedrijven ook aan andere toezichthouders moeten verstrekken, kunnen gedeeld worden. In een democratische samenleving kan namelijk worden bepaald dat de doelbinding zich niet beperkt tot belastingheffing alleen. Maatschappelijk gezien kunnen andere, zeer zwaarwegende belangen bestaan die de Belastingdienst ertoe nopen om zelfs exclusief fiscale gegevens te delen met anderen. Transparantie en waarborgen zijn daarvoor evenwel noodzakelijk.
Met mijn aanbevelingen hoop ik een bijdrage te leveren aan het rechtvaardig integreren van fiscale gegevens in het rijksbrede toezicht en een verdere harmonisatie van bevoegdheden zonder concessies te doen aan het fiscale vertrouwen. Dat laatste moet de Belastingdienst te allen tijde voor ogen houden want, om met de woorden van Abraham Lincoln te spreken: ‘Als je eenmaal het vertrouwen van je medeburgers verliest, kun je hun respect en waardering nooit meer herwinnen’.1 En dat is een belang dat ons allemaal raakt.