Einde inhoudsopgave
De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland (R&P nr. SB6) 2012/3.2.1
3.2.1 Voorrang
Mr. J.E. van den Brink, datum 13-12-2012
- Datum
13-12-2012
- Auteur
Mr. J.E. van den Brink
- JCDI
JCDI:ADS397294:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
De omstandigheid dat het Europese recht alleen voorrang heeft ten aanzien van daarmee strijdig nationaal recht leidt tot de conclusie dat voorrang moet worden opgevat als een 'conflict rule'. Zie Verhoeven 2011, p. 16; Herwig Hofmann 2010, p. 61-62; Barents 2009, p. 45; Ortlep & Verhoeven 2008; Prechal 2007, p. 53; Prechal 2005, p. 94-95 en 139-140; Lenaerts & Corthaut 2006, p. 289; Gellermann 2003, p. 607-608.
Het beginsel van voorrang was nooit in de Europese verdragen te vinden. Een voorstel daartoe was wel te vinden in artikel 1-6 van de Europese Grondwet. Dit voorstel is echter nooit aangenomen. In de Slotakte bij het Verdrag van Lissabon is wel een Verklaring betreffende voorrang opgenomen waarin is bepaald dat de Verdragen en het recht dat de Unie op grond van de Verdragen vaststelt voorrang hebben boven het recht van de lidstaten, onder de voorwaarden bepaald in vaste rechtspraak van het Hof van Justitie.
HvJEG 5 februari 1963, 26/62 (Van Gend en Loos), Jur. 1962, p. 3 (zie ook Pescatore 2010, en De Witte 2010) en HvJEG 15 juni 1964, 6/64 (Costa/Enel), Jur. 1964, p. 1203. Zie ook Jans e.a. 2007, p. 35.
Zie ook Jans e.a. 2011, p. 32; Jans e.a. 2007, p. 36.
HvJEG 9 maart 1978, 106/77 (Simmenthal), Jur. 1978, p. 629. Zie ook Jans e.a. 2007, p. 36; Jans e.a. 2011, p. 32.
Zie HvJEG 13 maart 1997, C-197/96 (Commissie/Frankrijk), Jur. 1997, p. 1-1489, r.o. 14. Zie hieromtrent De Witte 2011, p. 430-341; Prechal 2007, p. 55.
Uit het arrest Simmenthal volgt dat deze plicht geldt voor de nationale rechter (HvJEG 9 maart 1978, 106/77 (Simmenthal), Jur. 1978, p. 629, r.o. 21). In het arrest Fratelli Costanzo heeft het HvJEG geëxpliciteerd dat de verplichting tot het buiten toepassing laten van met het EU-recht strijdig nationaal recht voor iedere overheidsinstantie geldt, dus ook voor decentrale overheden (HvJEG 22 juni 1989, 103/88 (Fratelli Costanzo), Jur. 1989, p. 1839, r.o. 33). Zie ook HvJEG 29 april 1999, C-224/97 (Ciola), Jur. 1999, p.1-2517, r.o. 30 en HvJEG 9 september 2003, C-198/01 (CIF), Jur. 2003, p. 1-8055, r.o. 49.
Zie Verhoeven 2011; Verhoeven 2010A, Verhoeven 2010B.
Zie HvJEG 7 juli 1981, 158/80 (Rewe), Jur. 1981, p. 1805, r.o. 43 en HvJEG 29 april 1999, C-224/97 (Ciola), Jur. 1999, p. 1-2517, r.o. 32.
Zie omtrent het beginsel van voorrang verder bijvoorbeeld Craig & De Bárca 2011, p. 256 e.v.; Verhoeven 2011, p. 14 e.v.; Herwig Hofmann 2010, p. 61-62; Fennelly 2010; Rasmussen 2010; Pernice 2010, p. 47; Barents 2009.
Bij de uitvoering van de Europese subsidieregelgeving zijn nationale uitvoeringsorganen gebonden aan het Eu-recht. Op grond van het beginsel van voorrang gaat het Unierecht boven daarmee strijdig nationaal recht.1 Het beginsel van voorrang is door het Hof ontwikkeld in de arresten Van Gend en Loos en Costa Enel.2 In deze arresten maakt het Hof duidelijk dat de lidstaten met het EG-verdrag een eigen rechtsorde in het leven hebben geroepen die in de rechtsorden van de lidstaten is opgenomen en dat nationale bepalingen aan deze eigen rechtsorde geen afbreuk kunnen doen.3 Het gaat daarbij om het Eu-recht in ruime zin, dus zowel de Eu-verdragen, verordeningen, richtlijnen, besluiten, beschikkingen als ook de Unierechtelijke (ongeschreven) rechtsbeginselen.4 Het beginsel van voorrang geldt zowel ten opzichte van nationale regels die á bestonden ten tijde van de inwerkingtreding van het desbetreffende Eu-recht, als ten opzichte van nationale regels die van latere datum zijn.5
Op grond van het beginsel van voorrang dient het nationale recht ter uitvoering van het Eu-recht daarmee in overeenstemming te zijn.6 Dit betekent dat nationale uitvoeringsorganen het met het Eu-recht strijdige nationale recht buiten toepassing dienen te laten.7 Deze verplichting is door Verhoeven aangeduid als de 'Costanzo-verplichting'.8 Uit de jurisprudentie van het Hof volgt dat de Costanzo-verplichting niet is beperkt tot met het Eu-recht strijdige nationale wettelijke bepalingen, maar ook geldt voor met het Eu-recht strijdige beleidsregels en beslissingen in het individuele en concrete geval.9
Hoewel over het beginsel van voorrang nog veel meer valt te zeggen, beperk ik mij in deze paragraaf tot hetgeen relevant is in het licht van de in hoofdstuk 1 geformuleerde onderzoeksvraag.10 Wat betekent het beginsel van voorrang in het kader van de uitvoering van de Europese subsidieregelgeving door nationale uitvoeringsorganen? Allereerst betekent het beginsel van voorrang in dat kader dat het nationale recht dat ter uitvoering van de Europese subsidieregelgeving wordt vastgesteld in overeenstemming dient te zijn met het Europese recht. Ten tweede dient ook de toepassing van de Europese subsidieregelgeving in het concrete en individuele geval in overeenstemming te zijn met het Europese recht. Daarbij gaat het niet alleen om de Europese subsidieregelgeving, maar ook om het overige Europese recht, zoals het staatssteunrecht. Dit heeft als consequentie dat nationale uitvoeringsorganen, indien zij bij de uitvoering van Europese subsidieregelgeving worden geconfronteerd met nationaal recht dat met het Europese recht in strijd is, dat recht buiten toepassing dienen te laten. Dit betekent voor de Nederlandse situatie dat bepalingen uit de subsidietitel van de Awb buiten toepassing moeten worden gelaten, voor zover zij in strijd zijn met de Europese subsidie-regelgeving.