HR, 12-03-1974
ECLI:NL:HR:1974:AB4540
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
12-03-1974
- Zaaknummer
[1974-03-12/NJ_54615]
- LJN
AB4540
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:HR:1974:AB4540, Uitspraak, Hoge Raad, 12‑03‑1974; (Cassatie)
Conclusie: ECLI:NL:PHR:1974:AB4540
ECLI:NL:PHR:1974:AB4540, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 22‑01‑1974
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:1974:AB4540
- Vindplaatsen
NJ 1974, 201 met annotatie van Th.W. van Veen
NJ 1974, 201 met annotatie van Th.W. van Veen
Uitspraak 12‑03‑1974
Inhoudsindicatie
Opzettelijk verbergen van minderjarig meisje, dat zich heeft onttrokken aan wettig gezag, door een van huis weggelpen meisje onder te brengen in woning van een ander, art. 280.1 Sr. Geen middelen ingediend en geen grond aanwezig, waarop uitspraak ambtshalve behoort te worden vernietigd. Volgt verwerping. CAG ambtshalve (anders): bewezenverklaarde levert niet verbergen in de zin van art. 280 Sr op.
12 maart 1974
No. 67194
WH.
De Hoge Raad der Nederlanden,
Op het beroep van [rekwirant], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1911, van beroep leraar, wonende te [woonplaats], rekwirant van cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 2 oktober 1973, houdende in hoger beroep bevestiging van een vonnis van de Arrondissementsrechtbank te Haarlem van 9 november 1972, waarbij de rekwirant ter zake van ‘’opzettelijk een minderjarige, die zich onttrokken heeft aan het wettig over hem gesteld gezag, verbergen’’ is veroordeeld tot een geldboete van éénhonderdvijftig gulden, bij gebreke van betaling en van verhaal te vervangen door hechtenis voor de tijd van vijftien dagen;
Gehoord het verslag van de raadsheer-rapporteur;
Gezien het gerechtelijk schrijven namens de Procureur-Generaal aan de rekwirant uitgereikt ter kennisgeving van de dag voor de behandeling van deze zaak bepaald;
Gehoord de Advocaat-Generaal Kist in zijn conclusie hiertoe strekkende, dat het beroepen arrest zal worden vernietigd, maar alleen voorzover het arrest het vonnis van de Rechtbank heeft bevestigd ten aanzien van de aan het bewezenverklaarde gegeven kwalificatie, de strafbaarverklaring van het feit en van rekwirant, en de strafoplegging, voorts dat ook het vonnis van de Rechtbank te dien aanzien zal worden vernietigd en ten slotte dat de Hoge Raad ten principale rechtdoende het bewezenverklaarde niet strafbaar zal verklaren en rekwirant zal ontslaan van alle rechtsvervolging;
Overwegende dat geen middel door of vanwege de rekwirant is voorgesteld en ook geen grond aanwezig is bevonden, waarop de beroepen uitspraak ambtshalve behoort te worden vernietigd;
Verwerpt het beroep.
Gewezen te ’s-Gravenhage bij Mrs. Kazemier, Vice-President, Vroom, Fikkert, van der Ven en Enschedé, Raden, in bijzijn van de Substituut-Griffier Sarolea, die dit arrest hebben ondertekend, en door voornoemde Vice-President uitgesproken ter openbare terechtzitting van de twaalfde maart 1900 vierenzeventig in tegenwoordigheid van de Advocaat-Generaal Remmelink.
Conclusie 22‑01‑1974
Inhoudsindicatie
Opzettelijk verbergen van minderjarig meisje, dat zich heeft onttrokken aan wettig gezag, door een van huis weggelpen meisje onder te brengen in woning van een ander, art. 280.1 Sr. Geen middelen ingediend en geen grond aanwezig, waarop uitspraak ambtshalve behoort te worden vernietigd. Volgt verwerping. CAG ambtshalve (anders): bewezenverklaarde levert niet verbergen in de zin van art. 280 Sr op.
V.
Nr. 67194.
Zitting 22 januari 1974.
Mr. Kist.
Conclusie inzake:
[rekwirant] .
Edelhoogachtbare Heren,
Ten laste van rekwirant is door de Rechtbank en in hoger beroep door het Hof bewezen verklaard, dat de verdachte in het tijdvak 4–13 juni 1969 in het arrondissement Haarlem, door opzettelijk de minderjarige [betrokkene 1] , geboren [geboortedatum] 1953, van wie hij wist, dat deze van huis was weggelopen en een onderduikadres zocht, begrijpende dat de politie naar haar verblijfplaats een onderzoek zou instellen, buiten weten van haar ouder, onder te brengen in de woning van een zekere [betrokkene 2] te [plaats] , opzettelijk genoemde minderjarige die zich onttrokken had aan het wettig over haar gesteld gezag heeft verborgen.
Door of namens rekwirant zijn geen middelen van cassatie voorgesteld. Ambtshalve meen ik mij echter te moeten afvragen of dit bewezenverklaarde, zoals Rechtbank en Hof overwegen, wel oplevert het misdrijf: opzettelijk een minderjarige, die zich onttrokken heeft aan het wettig over hem gesteld gezag, verbergen, strafbaar gesteld bij artikel 280 Sr.
Ik moge hierbij wijzen op het arrest van Uw Raad van 9 februari 1942 N.J. 1942-527, waarin een gelijksoortig geval is beslist en waarin door Uw Raad de rekwirant van alle rechtsvervolging is ontslagen op grond van de overweging, dat het opzettelijk een minderjarige als in de bewezenverklaring omschreven, op zijn kosten enige dagen bij derden laten verblijven, zonder daarvan aan de politie, die naar de dader begrijpt naar die minderjarige nasporingen doet, mededeling te doen nog niet oplevert het in artikel 280 Sr. omschreven misdrijf. Het komt mij daarom voor, dat ook in het onderhavige geval nog niet van verbergen in de zin van artikel 280 Sr. kan worden gesproken en dat Rechtbank en Hof een te ruime uitleg hebben gegeven aan het begrip ‘’verbergen’’ als bedoeld in artikel 280 Sr., zodat van een strafbaar feit geen sprake is. Het arrest zal derhalve niet in stand kunnen blijven en waar het feit ook niet elders strafbaar is gesteld, zal rekwirant derhalve van alle rechtsvervolging dienen te worden ontslagen.
Ik concludeer mitsdien, dat Uw Raad het arrest van het Hof zal vernietigen, maar alleen voorzover het arrest het vonnis van de Rechtbank heeft bevestigd ten aanzien van de aan het bewezenverklaarde gegeven kwalificatie, de strafbaarverklaring van het feit en van rekwirant, en de strafoplegging, voorts dat Uw Raad ook het vonnis van de Rechtbank te dien aanzien zal vernietigen en tenslotte dat Uw Raad ten principale rechtdoende het bewezenverklaarde niet strafbaar zal verklaren en rekwirant zal ontslaan van alle rechtsvervolging.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden,