Einde inhoudsopgave
RvdW 2007, 93
Geen toepasselijkheid strafverminderingsgrond art. 290 en 291 Sr op vader.
HR 09-01-2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ3307
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
9 januari 2007
- Magistraten
Mrs. F.H. Koster, A.J.A. van Dorst, H.A.G. Splinter-van Kan
- Zaaknummer
00886/06
- Conclusie
A-G Machielse
- LJN
AZ3307
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Materieel strafrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2007:AZ3307, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 09‑01‑2007
ECLI:NL:HR:2007:AZ3307, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 09‑01‑2007
Beroepschrift, Hoge Raad, 27‑05‑2006
- Wetingang
Essentie
De ten behoeve van de moeder van het zojuist geboren kind geformuleerde gepriviligieerde strafbepalingen van de art. 290 en 291 Sr zijn niet van toepassing op de van medeplegen van moord veroordeelde vader van dat zojuist geboren kind. Het namens de verdachte in zoverre gedane beroep op art. 8 EVRM en het non-discriminatie gebod van art. 14 EVRM maakt dit niet anders.
Voorgaande uitspraak
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 12 september 2005, nummer 22/007612–04, in de strafzaak tegen K.A. Adv. mr. G. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.