Einde inhoudsopgave
RvdW 2007, 389
Verweer dat ontnemingprocedure in strijd is met art. 6 EVRM slaagt niet, aldus conclusie A-G. HR: 81RO.
HR 03-04-2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ7118
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
3 april 2007
- Magistraten
Mrs. F.H. Koster, J. de Hullu, H.A.G. Splinter-van Kan
- Zaaknummer
01131/06P
- Conclusie
A-G Knigge
- LJN
AZ7118
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2007:AZ7118, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 03‑04‑2007
ECLI:NL:HR:2007:AZ7118, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 03‑04‑2007
Essentie
Verweer dat ontnemingprocedure in strijd is met art. 6 EVRM slaagt niet, aldus conclusie A-G. HR: 81RO.
Voorgaande uitspraak
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 23 januari 2006, nummer 23/006124–04, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van:
[Betrokkene], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978, wonende te [woonplaats].
Hoge Raad:
1. Geding in cassatie
1.1
Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft mr. J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.