Einde inhoudsopgave
RvdW 2007, 476
Onderzoeksplicht zittingsrechter naar rechtmatigheid onderzoekshandelingen nadat RC heeft geoordeeld dat inverzekeringstelling onrechtmatig was wegens onvoldoende verdenking.
HR 24-04-2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ8411
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
24 april 2007
- Magistraten
Mrs. F.H. Koster, J.P. Balkema, J. de Hullu
- Zaaknummer
02141/05
- Conclusie
A-G Machielse
- LJN
AZ8411
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2007:AZ8411, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 24‑04‑2007
ECLI:NL:HR:2007:AZ8411, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 24‑04‑2007
Beroepschrift, Hoge Raad, 31‑08‑2006
- Wetingang
Sv art. 59a; Sv art. 151b lid 1; Sv art. 359a
Essentie
Verdachte is vrijgesproken van een groot aantal feiten op de grond dat wangslijm van de verdachte onrechtmatig is afgenomen wegens het ontbreken van ernstige bezwaren als bedoeld in art. 151b lid 1 Sv. Daarbij heeft het Hof van belang geacht dat de RC de inverzekeringstelling onrechtmatig heeft geoordeeld omdat ten tijde daarvan onvoldoende verdenking tegen de verdachte bestond en vervolgens de vordering tot inbewaringstelling heeft afgewezen. Het Hof heeft miskend dat het zelfstandig diende te onderzoeken of ten tijde van het op de voet van art. 151b Sv gegeven bevel sprake was van ernstige bezwaren ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.