Einde inhoudsopgave
De collateral richtlijn (R&P nr. FR12) 2015/5.2.2.1
5.2.2.1 Giraal geld
Dr. J. Diamant, datum 27-10-2014
- Datum
27-10-2014
- Auteur
Dr. J. Diamant
- JCDI
JCDI:ADS371516:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Europees financieel recht
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Voetnoten
Voetnoten
Hadding/Häuser, MünchKomm HGB 2014, nr. A 177 en A 185.
Verpanding van een vordering aan de debiteur van die vordering (Pfandrecht an eigener Schuld) is door het Bundesgerichtshof erkend, zie BGH 9 juni 1983 - III ZR 105/82 (NJW 83, 2701). Zie tevens Schimansky/ Bunte/Lwowski/Bunte 2011, § 19, nr. 4. Zie nr. 3 voor verwijzingen naar oudere rechtspraak.
Schimansky/Bunte/Lwowski/Bunte 2011, § 19, nr. 30.
Zie Nr. 14 AGB-Banken, Nr. 14 AGB-Postbanken en Nr. 21 Abs. 1 AGB-Sparkassen. Zie over dit pandrecht op grond van deze algemene voorwaarden Schimansky/Bunte/Lwowski/Bunte 2011, § 19.
Zie daarover nader Schimansky/Bunte/Lwowski/Ganter 2011, § 96, nr. 17.
Wanneer de zekerheidsnemer in strijd met de gemaakte afspraken over de vordering beschikt, is de overdracht geldig. De zekerheidsnemer is verplicht de door de beschikking ontstane schade te vergoeden. Zie Schimansky/Bunte/Lwowski/Ganter 2011, § 96, nr. 16.
Zie Schimansky/Bunte/Lwowski/Jahn 2011, § 114, nr. 70. Dit komt meer uitgebreid aan bod in § 8.4.2.
BGH 28 oktober 1957 - II ZR 99/56, nr. 13.
Zie Hadding/Häuser, MünchKomm HGB 2014, nr. A 186.
Ook het Duitse recht kwalificeert giraal geld als een vordering op de bank waar het girale saldo wordt aangehouden.1 Dit betekent dat de verpanding van giraal geld plaatsvindt volgens de algemene regels voor de verpanding van vorderingen zoals opgenomen in § 1273 e.v. BGB. § 1274 lid 1 BGB en § 1280 BGB vereisen voor de vestiging van een pandrecht (Pfandrecht) op een vordering dat partijen overeenstemming hebben bereikt over de verpanding (dingliche Einigung) en dat mededeling wordt gedaan aan de schuldenaar van de vordering (Anzeige). Andere vereisten dan dingliche Einigung en Anzeige, zoals een (onderhandse of authentieke) akte, stelt het Duitse recht niet.
Wanneer giraal geld wordt verpand aan de bank waar de rekening wordt aangehouden,2 kan mededeling achterwege blijven.3 Voor de verpanding van een giraal saldo aan de bank waar de rekening wordt aangehouden volstaat dus de enkele wilsovereenstemming over de verpanding. Verpanding van giraal geld vindt in de praktijk veelal plaats aan de account bank op grond van algemene bankvoorwaarden (de Allgemeine Geschäftsbedingungen der deutschen Banken, de algemene voorwaarden van de Postbank of de algemene voorwaarden van de Sparkassen).4
Een ‘stil’ pandrecht – dat is een pandrecht dat tot stand komt zonder mededeling aan de debiteur van de verpande vordering – kent het Duitse recht niet. In de rechtspraak is echter de overdracht tot zekerheid van vorderingen (Sicherungsabtretung of Sicherungszession) erkend als alternatief voor het openbare pandrecht.5 Voor overdracht van een vordering volstaat de wilsovereenstemming tussen cedent en cessionaris (§ 398 BGB); mededeling aan de schuldenaar van de vordering (dat is in casu de bank waar de rekening wordt aangehouden) is geen constitutief vereiste voor de overdracht van een vordering.
De Sicherungsabtretung is een vorm van treuhänderische Sicherheit. Dat betekent dat de zekerheidsnemer weliswaar rechthebbende wordt, maar op grond van de overeenkomst die aan de overdracht ten grondslag ligt (Sicherungsvertrag) alleen mag beschikken over de vordering wanneer de zekerheidsgever in verzuim is met zijn verplichtingen.6 Het is ook mogelijk om giraal geld over te dragen tot zekerheid zonder dat de zekerheidsnemer gebonden is aan treuhänderische Pflichten. In dat geval spreekt men van een uneingeschränkte Vollrechtsübertragung.7
Wat betreft de overdracht van een vordering ‘in Gestalt eines Bankguthabens’ heeft het Bundesgerichtshof bepaald dat deze in beginsel geschiedt door mededeling aan de account banken de overboeking van het girale geld op naam van de verkrijger.8 Deze ‘grundsätzliche Beurteilung’ sluit volgens het BGH evenwel niet uit dat onder bijzondere omstandigheden een stilzwijgende overdracht van het girale geld kan plaatsvinden zonder dat daarvan mededeling wordt gedaan en het geld wordt overgeboekt. Over de vraag of de overboekingsopdracht als een dergelijke ‘konkludente Abtretung’ gezien kan worden, heeft het BGH zich nog niet uitgelaten.9