V-N 2025/19.5
Samenhangende waardering vorderingen en schulden indien samenhang subjectief is beoogd
HR 17-04-2025, ECLI:NL:HR:2025:552, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
17 april 2025
- Magistraten
Van Hilten, Fierstra, Faase, Cools, Peters
- Zaaknummer
22/01909
22/03307
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD8611:1
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
Inkomstenbelasting / Winst
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:618, Uitspraak, Hoge Raad, 17‑04‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 17‑04‑2025
ECLI:NL:HR:2025:552, Uitspraak, Hoge Raad, 17‑04‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 17‑04‑2025
ECLI:NL:PHR:2023:226, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 24‑02‑2023
- Wetingang
Essentie
De Hoge Raad oordeelt dat het oordeel van het hof, dat met betrekking tot de Braziliaanse vorderingen geen aanleiding bestaat voor samenhangende waardering met de twee US$-leningen van de topholding, onvoldoende is gemotiveerd. Dit gezien de stellingen van de inspecteur.
Samenvatting
X BV vormt samen met onder andere haar dochtervennootschappen H BV en E BV een fiscale eenheid voor de VPB. X BV heeft ultimo 2012 diverse vorderingen en schulden in US$ op haar balans en heeft valutatermijncontracten afgesloten ter afdekking van het valutarisico. X BV waardeert de vorderingen en schulden in US$ tegen historische kostprijs of lagere ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.