Einde inhoudsopgave
Ontwikkelingen in het civielrechtelijk conservatoir beslag in Nederland (BPP nr. XV) 2013/9.3.2.1
9.3.2.1 De werkgroep Beslagrecht
mr. M. Meijsen, datum 27-05-2013
- Datum
27-05-2013
- Auteur
mr. M. Meijsen
- JCDI
JCDI:ADS495809:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Inmiddels heeft de werkgroep, in dezelfde samenstelling, de status van een vaste werkgroep (redactieraad) gekregen. Door vertrek van de voorzitter naar een functie buiten de Rechtspraak is een nieuwe voorzitter benoemd.
Op grond van dit Protocol expertgroepen, commissies, redactieraden LOVCK van 5 november 2009 werft en benoemt het LOVCK-bestuur de voorzitter. Voor benoeming is toestemming van de sectorvoorzitter van de kandidaat vereist.
In maart 2012 werd deze werkgroep omgezet in een expertgroep, ressorterend onder het landelijk overleg voorzitters familie- en jeugdsectoren (LOVF) rechtbanken en hoven.
Zie ook par. 4.6.2.3.
Rond januari 2012 werd, in het kader van een algemene herziening van redactieraden en expertgroepen door het LOVCK, besloten de eindredactie Beslagsyllabus en de expertgroep beslagrecht te laten samengaan in een redactieraad Beslagrecht. De redactieraad wordt ondersteund door een op het onderwerp deskundige stafjurist van het stafbureau LOVCK (notulen, bijhouden wijzigingen). De intentie is om leden van alle gerechten in de redactieraad zitting te laten hebben.
Zie over horizontale en verticale rechtsvorming het schema in Bijlage A van dit boek over rechtseenheidsvoorzieningen.
Zie ook par. 4.7.2.2.4 m.b.t. het raadplegen van de Beslagsyllabus door beoordelend voorzieningenrechters.
Beslagsyllabus augustus 2012, p. 1.
Het LOVCK kent een Protocol expertgroepen, commissies, redactieraden (hierna: het Protocol) waarin regels voor de instelling van werkgroepen en de benoeming van de voorzitter en leden is geregeld. Het is ook van toepassing op tijdelijke commissies en werkgroepen, zoals de werkgroep Beslagrecht.1 Deze werkgroep werd bij besluit van de plenaire vergadering van het LOVCK van 4 oktober 2010 ingesteld. Niet iedereen was even gelukkig met het tijdsverloop tussen de beslissing van het LOVCK om een werkgroep te zullen instellen en het daadwerkelijke instellingsbesluit. Een van de leden zegt hierover tijdens een Expert-Interview:
‘Er gebeurde de hele zomer niets, absoluut niets. De tijd verstreek. Er kwamen kamervragen, de kranten stonden vol over de zaak Nina Brink, er stonden commentaren in het NRC. Men hoorde niets.’
De voorzitter van de werkgroep, mr. Tonkens-Gerkema (voorzieningenrechter rechtbank Amsterdam) en de leden werden op grond van het Protocol door het dagelijks bestuur van het LOVCK dus uiteindelijk oktober 2010 benoemd.2 Belangstellenden binnen de Rechtspraak hebben zich, na een uitnodiging hiertoe in de LOVCK vergadering van juni 2010, bij het LOVCK voor een lidmaatschap van de werkgroep kunnen aanmelden. De samenstelling van de werkgroep is niet openbaar. De werkgroep bestond uit ‘beslag’rechters die werkzaam zijn voor acht verschillende rechtbanken. Een van de leden was tevens lid van het DB van het LOVCK. Anders dan de werkgroep alimentatienormen, welke ten tijde van het onderzoek van Dijksterhuis ressorteerde onder de NVvR,3 maakte de werkgroep Beslagrecht onderdeel uit van de Rechtspraak. De (tijdelijke) werkgroep Beslagrecht kreeg van het LOVCK een expliciete opdracht mee, welke luidde als volgt:
‘De in het rapport (het Research Memorandum: MM) gemaakte aanbevelingen te vertalen in een aantal concrete voorstellen voor landelijk rechterlijk beleid ("best practices").’
Dit betekent dat sprake was van advisering en rapportage aan het LOVCK met betrekking tot de inhoud van een rechtersregeling. Daarna zijn de voorstellen van de werkgroep binnen het LOVCK besproken en heeft hierover binnen het LOVCK besluitvorming plaatsgevonden. Dit heeft geresulteerd in het op onderdelen wel en andere onderdelen niet volgen van de voorstellen van de werkgroep. Zo werd het voorstel van de werkgroep om een landelijk systeem voor grijsmaking in te voeren, met een daaraan verbonden proefperiode, binnen het LOVCK bij handopsteken weggestemd. Dit is in die zin opmerkelijk omdat het LOVCK formeel niet over een bevoegdheid beschikt om rechtersregelingen vast te stellen.4 Nadat de werkgroep Beslagrecht de door het LOVCK geformuleerde opdracht had afgerond, is door het LOVCK besloten tot het formaliseren van de werkgroep Beslagrecht in een permanente ‘expertgroep’, met eenzelfde samenstelling als die van de tijdelijke. Enige tijd later is deze expertgroep omgezet in een redactieraad Beslagsyllabus, onder voorzitterschap van de voormalige eindredacteur van de Beslagsyllabus, Van der Meer.5 De redactieraad nieuwe stijl houdt zich bezig met onderwerpen die betrekking hebben op beslagrecht in brede zin. Zo kwamen na afronding van de hiervoor genoemde opdracht van het LOVCK onderwerpen op de agenda als de termijn van het instellen van de eis in hoofdzaak in geval van derdenbeslag, de wenselijkheid van het opnemen van het Full-Disclosure beginsel in de wet, schadevergoeding, grijze lijst, zekerheidstelling bij verlofverlening en tijdens het opheffingskortgeding, bewijsbeslag in niet-IE zaken en conservatoir beslag op zaken die voorzien in de eerste materiële levensbehoeften. Door de redactieraad nieuwe stijl zal, omdat een groei in omvang de Beslagsyllabus onwenselijk wordt geacht, minder jurisprudentie in eerste instantie in de Beslagsyllabus worden opgenomen, met name in gevallen waarin op een specifiek onderwerp een uitspraak in hogere instantie(s) voorhanden is. Alhoewel de achtergrond van deze handelwijze niet geheel onbegrijpelijk is, meen ik dat deze als onwenselijk moet worden gezien. Binding van de Beslagsyllabus ontstaat immers op grond van verticale en horizontale precedentwerking. Van beide soorten van precedenten kan, mits deugdelijk gemotiveerd, worden afgeweken. Door de nieuwe werkwijze dreigt rechtsvorming langs de weg van horizontale precedentwerking buiten de scope van de Beslagsyllabus te vallen, hetgeen een belemmering van horizontale precedentwerking als zodanig tot gevolg heeft.6 Zeker nu de Beslagsyllabus ook wordt gebruikt als naslagwerk is het ‘uitkleden’ van het informatief karakter daarvan op horizontaal jurisprudentie niveau in mijn visie zeer ongewenst.7
In de Beslagsyllabus augustus 2012 wordt voor het eerst vermeld dat de in de Beslagsyllabus opgenomen wetgeving, jurisprudentie en "tips" een keuze van de Redactieraad Beslagrecht betreffen, waaronder de redactie van de beslagsyllabus thans valt. De Beslagsyllabus wordt (zoals reeds het geval was) gepubliceerd onder verantwoordelijkheid van het LOVCK, waarbij het rechterlijk beleid steeds is gebaseerd op een besluit van (het DB van) het LOVCK.8 Wie zitting hebben in de redactieraad Beslagrecht is (nog steeds) niet openbaar.
Op grond van het Protocol bepaalt een expertgroep/commissie zelf haar werkwijze. Binnen de werkgroep Beslagrecht werd geen besluitvormingsprotocol afgesproken. Volgens de voorzitter werd niet over voorstellen gestemd: de besluitvorming had het meeste weg van een raadkamer waarin iedereen kon zeggen wat hij wilde, waarbij werd gezocht naar de grootste gemene deler. De procedurele weg van rapportages van werkgroepen is dat deze door leden van het LOVCK in eigen kring besproken worden (consultatie sectoren), waarna de reacties aan de werkgroep ter kennis worden gebracht. Vervolgens wordt een naar aanleiding hiervan al dan niet (dit laatste onder opgave van redenen) aangepast advies op de agenda van de plenaire vergadering van het LOVCK geplaatst. Een soortgelijke werkwijze heeft plaatsgevonden voor de door de werkgroep Beslagrecht geproduceerde concept Beslagsyllabus. Met deze werkwijze wordt een voorstel van een werkgroep binnen de sectoren besproken, en van commentaar voorzien, alvorens hierover door het LOVCK een besluit wordt genomen. Over de consultatie van beroepsgroepen en/of belanghebbenden buiten de Rechtspraak is in het protocol niets opgenomen.