NJB 2025/2766
Niet-ontvankelijkheid wegens ontbreken grieven tegen het vonnis, art. 416 lid 2 Sv: in casu is de niet-ontvankelijkverklaring van het door de verdachte ingestelde hoger beroep ontoereikend gemotiveerd. Daartoe is van belang dat het hof een door de advocaat verstuurde e-mail heeft aangemerkt als een schriftuur houdende grieven en dat uit de stukken niet volgt dat de verdachte – nadat de raadsman zich had onttrokken – de betreffende bezwaren niet wilde handhaven.
HR 25-11-2025, ECLI:NL:HR:2025:1781
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
25 november 2025
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, F. Posthumus, F. Damsteegt
- Zaaknummer
23/04942
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1781, Uitspraak, Hoge Raad, 25‑11‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:962, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 09‑09‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 18‑09‑2024
- Wetingang
(art. 416 Sr)
Essentie
Niet-ontvankelijkheid wegens ontbreken grieven tegen het vonnis, art. 416 lid 2 Sv: in casu is de niet-ontvankelijkverklaring van het door de verdachte ingestelde hoger beroep ontoereikend gemotiveerd. Daartoe is van belang dat het hof een door de advocaat verstuurde e-mail heeft aangemerkt als een schriftuur houdende grieven en dat uit de stukken niet volgt dat de verdachte – nadat de raadsman zich had onttrokken – de betreffende bezwaren niet wilde handhaven.
Uitspraak
Inleiding
Het cassatiemiddel keert zich tegen de nietontvankelijkverklaring door het hof van het door de verdachte ingestelde hoger beroep. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.