Einde inhoudsopgave
Open normen in het Europees consumentenrecht (R&P nr. CR4) 2011/3.5.1
3.5.1 Inleiding
mr.drs. C.M.D.S. Pavillon, datum 31-08-2011
- Datum
31-08-2011
- Auteur
mr.drs. C.M.D.S. Pavillon
- JCDI
JCDI:ADS500898:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Hijma 2010a, nr. 25.
Hijma 2010a, nr. 25. Naar Nederlands recht kan een beding dat ten voordele is van de wederpartij niet als (onredelijk) bezwarend worden gekwalificeerd. Vgl. }IR 7 december 2007, LJN BB5078.
Hof Leeuwarden 21 maart 2007, LJN BA1381.
Hof Leeuwarden 12 mei 2004, NJ F 2004/518, r.o. 6 (Weevers Stous/Stichting Parkwoningen) en Hof Leeuwarden 21 maart 2007, LJN BA1381, r.o. 8.
MvT Inv., Parl. gesch. Boek 6 (Inv. 3, 5 en 6), p. 1579. Zie art. 6:236 onder d, f en h en Hof 's-Gravenhage 25 augustus 1998, NJ 1999/298, r.o. 5.5.
108. Art. 3 lid 1 richtlijn is niet letterlijk in de Nederlandse wet omgezet. Naar Nederlands recht mag een beding niet 'onredelijk bezwarend' zijn. De toets uit art. 6:233 onder a bestaat op papier uit twee criteria die innig met elkaar zijn verbonden.1 De kwalificatie 'onredelijk' is een onzelfstandig criterium dat slechts betekenis heeft in relatie tot het `bezwarend'-criterium. 'Bezwarend' betekent 'in enigerlei zin benadelend'.2 Het beding wordt pas vernietigd wanneer het hierdoor veroorzaakte nadeel onredelijk is, hetgeen veronderstelt dat dit nadeel ook redelijk kan zijn.3 De vaststelling van de bezwarendheid wordt in de praktijk zelden losgekoppeld van de onredelijkheidstoets. De rechter brengt heel soms een onderscheid aan tussen de abstracte vaststelling van het nadeel (bezwarendheidstoets) en de concrete omstandighedentoets (onredelijkheidstoets).4 In verreweg de meeste gevallen is van een dergelijke tweedeling geen sprake. De wijze van vaststelling van de onredelijk bezwarendheid kan niet uit art. 6:233 onder a worden opgemaakt. De vraag is dus welke rol de drie toetsingsmethoden uit par. 2.4 spelen bij de vaststelling van de onredelijk bezwarendheid: deze methoden zijn de vergelijking met het wettelijk kader, het opmaken van een balans en de vaststelling van de redelijke verwachtingen.
109. De parlementaire geschiedenis geeft enkele aanwijzingen. In de Memorie van Toelichting kwam ik alle drie de methoden uit par. 2.4 tegen. Deze zijn door de wetgever gehanteerd bij de vaststelling van de lijsten:
een onredelijk bezwarend beding is een beding waarin wordt afgeweken van de rechtsgevolgen die de overeenkomst zonder dat beding zou hebben gehad;5
zwarte bedingen zijn als zodanig gekwalificeerd omdat zij als 'het evenwicht tussen de uit een wederkerige overeenkomst voortvloeiende rechten en verplichtingen op fundamentele wijze ten nadele van de wederpartij verstoren';6
de in de lijsten voorkomende bedingen 'ontlenen hun (vermoede) onredelijk bezwarend karakter mede aan het feit dat zij vaak ongebruikelijk dan wel voor de wederpartij uiterst verrassend zijn' .7
In de volgende drie paragrafen worden deze drie methoden en hun betekenis in de Nederlandse rechtspraktijk nader onderzocht.