Omzetting als rechtsvormwijziging
Einde inhoudsopgave
Omzetting als rechtsvormwijziging (IVOR nr. 70) 2010/3.5.2:3.5.2 Van stichting naar naamloze vennootschap of vereniging
Omzetting als rechtsvormwijziging (IVOR nr. 70) 2010/3.5.2
3.5.2 Van stichting naar naamloze vennootschap of vereniging
Documentgegevens:
Mr. B. Snijder-Kuipers, datum 20-01-2010
- Datum
20-01-2010
- Auteur
Mr. B. Snijder-Kuipers
- JCDI
JCDI:ADS492990:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 1953/54, 3463, nr. 2, Artikel 23.
Voor omzetting van een stichting in een naamloze vennootschap dan wel vereniging was een bestuursbesluit (genomen met gewone meerderheid), een notariële akte en een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Koophandel, voor de vereniging was dat goedkeuring van artikel 6 wet van 22 april 1855, vereist.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Aanvankelijk1 werd in de overgangs- en slotbepalingen een beperkte regeling opgenomen. Gedurende een periode van vijf jaar na inwerkingtreding van de Wet op stichtingen werd de mogelijkheid opgenomen voor omzetting van een stichting in een naamloze vennootschap of een vereniging. Indien de stichting een op winst gericht doel had, kon de stichting worden omgezet in een naamloze vennootschap. Voor zover de stichting geen op winst gericht doel had, maar het vermogen voor de verwezenlijking van het doel van geen of ondergeschikte betekenis was, kon de stichting worden omgezet in een vereniging. Op die manier kon ontbinding van de stichting door de rechter voorkomen worden.2