Verlofstelsels in strafzaken
Einde inhoudsopgave
Verlofstelsels in strafzaken (SteR nr. 37) 2018/5.2.a:5.2.a Ratio bezwaarvereiste
Verlofstelsels in strafzaken (SteR nr. 37) 2018/5.2.a
5.2.a Ratio bezwaarvereiste
Documentgegevens:
mr. G. Pesselse, datum 01-12-2017
- Datum
01-12-2017
- Auteur
mr. G. Pesselse
- JCDI
JCDI:ADS608332:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Deze alinea is een synthese van en aanvulling op De Hullu 1989, p. 190-193, 233-236, 390-392 en 500-502; Van Dorst 2003; Van Woensel 2007, p. 25-26; Robroek 2016, p. 121-127; Kamerstukken II 1997/98, 26027, nr. 3, p. 10-12; Kamerstukken II 2005/06, 30320, nr. 3, p. 3, 7-8; Contourennota Modernisering Strafvordering 2015b, p. 115-116.
Contourennota Modernisering Strafvordering 2015b, p. 115-116.
De Hullu 1989, p. 500-502.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De Nederlandse wetgever is langzaamaan ertoe overgegaan zowel in strafrechtelijk hoger beroep als cassatie de opgave van bezwaren tegen de bestreden uitspraak te vereisen van de partij die beroep instelt. Samengevat geldt tegenwoordig dat voorafgaand aan behandeling van het beroep bij schriftuur, en voor de verdachte in hoger beroep nog ter zitting, bezwaren tegen de bestreden uitspraak moeten worden opgegeven (art. 410 en 416 Sv; art. 437 Sv). De veronachtzaming van de eis (een schriftuur met) ‘grieven’ of ‘middelen’ tegen de bestreden uitspraak op te geven, moet of kan met niet-ontvankelijkverklaring van het beroep worden bestraft.
Het indienen van bezwaren tegen de bestreden uitspraak vervult diverse functies.1 In het algemeen komt het de kwaliteit van de berechting in beroep ten goede, zo is de gedachte. De partij die beroep instelt moet namelijk over zijn motieven nadenken (inscherpingsfunctie), de tegenpartij kan zijn standpunten en argumenten op de bezwaren afstemmen (debatfunctie), en de beroepsrechter kan in de bezwaren aanknopingspunten vinden voor diepgaandere behandeling van specifieke feitelijke of juridische kwesties (controlefunctie). Dit kwaliteitsargument is een centraal argument vóór een grievenverplichting. Daarnaast kan door toespitsing van de voorbereiding, behandeling en beslissing op het beroep op de bezwaren doelmatiger worden gewerkt (stroomlijningsfunctie) én zullen sommigen door een verplichting bezwaren in te dienen mogelijk een – kansloos – beroep niet instellen of intrekken (drempel- of filterfunctie). Dit verlicht de werklast van gerechten of leidt, anders geformuleerd, tot spaarzame en spoedige realisering van de doeleinden van beroep in zaken die ertoe doen. Deze voordelen zijn niet alleen in het verre en recente verleden ten grondslag gelegd aan de introductie en aan- scherping van bezwarenplichten in hoger beroep en cassatie, maar spreken ook nu nog de wetgever aan.2
Tegen een bezwaarvereiste pleit daarentegen volgens De Hullu onder meer dat daardoor rechtsongelijkheid kan ontstaan tussen (analfabete) verdachten met en zonder rechtsbijstand en dat voor het geïnformeerd opstellen van grieven niet in alle gevallen de benodigde stukken aanwezig zijn.3 Verder roept een bezwaarvereiste fundamentele vervolgvragen op, zoals of bezwaren aangevuld en uitgebreid mogen worden en vooral of de rechter in zijn beoordeling en beslissing wordt beperkt door de omvang en motivering van de grieven.