Afgebroken onderhandelingen en gebruik voorbehouden
Einde inhoudsopgave
Afgebroken onderhandelingen en gebruik voorbehouden (R&P nr. 173) 2009/8.4.6:8.4.6 Onverschuldigde betaling
Afgebroken onderhandelingen en gebruik voorbehouden (R&P nr. 173) 2009/8.4.6
8.4.6 Onverschuldigde betaling
Documentgegevens:
mr. M.R. Ruygvoorn, datum 09-06-2009
- Datum
09-06-2009
- Auteur
mr. M.R. Ruygvoorn
- JCDI
JCDI:ADS303060:1
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
Verbintenissenrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Wat het leerstuk van de onverschuldigde betaling betreft, merk ik allereerst, meer in algemene zin, op dat naar Nederlands recht algemeen wordt aangenomen dat een vordering uit onverschuldigde betaling niet noodzakelijkerwijs beperkt dient te zijn tot terugbetaling van een geldsom of teruglevering van een onverschuldigd geleverde zaak. Ook onverschuldigd verrichte diensten kunnen onder omstandigheden leiden tot een succesvolle vordering wegens onverschuldigde betaling1 Daarbij wordt in de parlementaire geschiedenis het begrip "prestatie" ruim opgevat. Een beoogde (of gewilde) prestatie is niet noodzakelijk; het gaat erom of hetgeen in concreto is gebeurd als een prestatie kan worden opgemerkt.2 Toch lopen wij hier voor een belangrijk deel tegen dezelfde beperkingen aan die ook art. 6:212 BW (ongerechtvaardigde verrijking) kent. Ook hier dient als uitgangspunt te gelden dat wie een prestatie verricht in de verwachting daarmee te kwalificeren als potentiële contractspartner, niet direct een onverschuldigde prestatie verricht wanneer hij in dat kader iets doet waardoor de onderhandelingspartner — kort gezegd — in een financieel betere positie komt te verkeren. Ik verwijs in dit kader naar hetgeen ik hiervoor heb opgemerkt als uitgangspunt voor een vordering uit ongerechtvaardigde verrijking. Wat hier verder ook van wij, onverschuldigde betaling zou hooguit kunnen leiden tot vergoeding van kosten maar, evenmin als een vordering uit ongerechtvaardigde verrijking, tot vergoeding van de winst die de teleurgestelde partij zou hebben kunnen behalen indien de overeenkomst over de totstandkoming waarvan werd onderhandeld, ook daadwerkelijk tot stand zou zijn gekomen, ofwel het positief contractsbelang.