Einde inhoudsopgave
Beschadigd vertrouwen 2021/5.2
5.2 Analyse via process tracing
G.M. Kuipers MSc, datum 01-09-2021
- Datum
01-09-2021
- Auteur
G.M. Kuipers MSc
- JCDI
JCDI:ADS480819:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
George & Bennett 2005, p. 157-160.
George & Bennett 2005, p. 214-215.
George & Bennett 2005, p. 6: ‘geschiedenis, archiefdocumenten, transcripties van interviews en andere bronnen om te zien of het causale proces dat een theorie in een geval veronderstelt of impliceert, in feite blijkt uit de volgorde en waarden van de tussenliggende variabelen in dat geval.’
Bennett & Checkel 2015, p. 7; Gerring 2017, p. 170-175.
Flyvbjerg 2006, p. 219-245.
George & Bennett 2005, p. 210.
Hancké 2009, p. 104; Gerring 2017, p. 170-175.
George & Bennett 2005, p. 91, 217-218.
George & Bennett 2005, p. 93-94.
De analyse in dit onderzoek wordt gedaan via de onderzoeksmethode process tracing. Via process tracing kan worden gekomen tot een beschrijving van iedere casus, zodat zo zorgvuldig mogelijk kan worden onderzocht hoe schadebeleid tot stand komt, wordt uitgevoerd en beoordeeld, en hoe het vertrouwensniveau in de cases ontwikkelt.
Een ideale vergelijking van cases zou kunnen plaatsvinden als de cases op geen enkele manier van elkaar verschillen behalve de te onderzoeken factor. Maar omdat de werkelijkheid complexer is en geen overschot aan zulke ‘natuurlijke experimenten’ kent, spelen bijna altijd ook andere factoren mee die veranderingen van uitkomsten kunnen verklaren. Er is dan meer nodig dan oppervlakkige vergelijking van cases op kwantitatieve indicatoren. Zo kan het heel aantrekkelijk zijn om het vertrouwensverlies door het Groningse schadebeleid simpelweg te wijten aan de schaalgrootte van het aantal gedupeerden, waardoor de overheid en NAM terughoudend waren om coulant te vergoeden – vergeleken met bijvoorbeeld de schaalgrootte van het aantal betrokkenen en het schadebudget bij de aanleg van de Noord/Zuidlijn. Hoewel dat uiteraard een verklaring kán zijn, is de werkelijkheid zoals gezegd zelden zo eenvoudig en is diepgaand kwalitatief onderzoek nodig om de cases te onderzoeken. Dit is waar process tracing van dienst kan zijn.1 Via process tracing kunnen tekortkomingen van het vergelijken van cases worden verminderd, omdat men naast vergelijking ook aan zogenaamde within-case analyse doet zodat binnen een bepaalde casus zorgvuldig wordt geanalyseerd welke factoren het vertrouwensniveau beïnvloeden.2
Process tracing is het gebruikmaken van ‘histories, archival documents, interview transcripts, and other sources to see whether the causal process a theory hypothesizes or implies in a case is in fact evident in the sequence and values of the intervening variables in that case.’3 De methode richt zich op het analyseren van allerlei vormen van bewijs over processen en de sequentie van acties en maatregelen, om te kunnen beoordelen of de door een theorie voorgestelde verklaring juist kan zijn.4 Process tracing is gericht op het verklaren van de werkelijkheid en het zo correct mogelijk en zo gedetailleerd mogelijk beschrijven van een casus om een overtuigend causaliteitsargument te kunnen maken.5
De eerste stap was het creëren van een feitenoverzicht: op basis van schriftelijke bronnen maakte ik een reconstructie van de gebeurtenissen in de casus. Via diverse primaire bronnen (zoals besluiten of regelgeving) en secundaire bronnen (zoals mediaberichten of wetenschappelijke artikelen) kwam ik zo tot een tijdlijn om het proces te traceren. Vervolgens vulde ik mijn kennis over de casus steeds verder in: waarom gebeurden bepaalde dingen, door wie, en welke gevolgen leek dit te hebben? Deze invulling geschiedde tevens aan de hand van documentanalyse en media-analyse, maar ook voerde ik interviews uit, waarin betrokkenen vertelden over hun eigen ervaringen en herinneringen aan de casus. Objectieve feiten, vastgelegd in schriftelijke (primaire) bronnen vormden dus het startpunt. Daarna werd meer context en informatie gezocht via een media-analyse. Tot slot werd via interviews de informatie aangevuld met de ervaringen van betrokkenen. Deze gelaagdheid van de methode wordt weergegeven in figuur 5.3.
Figuur 5.3 Lagen van feiten waarvan gebruik werd gemaakt in dit onderzoek: als fundament documentanalyse, vervolgens verdere invulling aan de hand van media-analyse en interviews.
Zo werd van de meest objectieve feiten gegaan naar steeds meer subjectieve informatie en context zodat op zo feitelijk mogelijke wijze het verhaal of de narrative6 van de casus werd gereconstrueerd. De drie lagen of componenten zijn mogelijk niet objectief, of vertellen niet het hele verhaal, maar juist door de samenhang tussen die bronnen te analyseren (triangulatie)7 kon ik komen tot een zo accuraat mogelijke beschrijving van de casus. De gehanteerde bronnen per casus onderbouw ik verder in par. 5.5.
Het resultaat van process tracing is een zorgvuldig samengestelde vertelling van de casus, die zowel de rol van de uit de literatuur gesuggereerde principes traceert, als met een open blik beschrijft welke andere factoren een rol hebben gespeeld bij het tot stand komen van het schadebeleid in de cases. Daarnaast wordt in de analyse van ieder hoofdstuk aandacht geschonken aan alternatieve verklaringen voor de veranderingen in het vertrouwensniveau per casus, de institutionele context.8 De casestudy is zo niet enkel een (historische) beschrijving van de gang van zaken in een casus, maar ook een analytische blik op de casus, gesitueerd in theorie en context.9 Hoewel geen directe causaliteit kan worden aangetoond, kan aan de hand van dynamieken of patronen die vaker of in meerdere cases optreden worden aangenomen dat het een met het ander te maken heeft. Process tracing resulteert in een rijke beschrijving zodat een overtuigend causaliteitsargument kan worden gemaakt.