Einde inhoudsopgave
Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken (FM nr. 180) 2024/4.3.1
4.3.1 Inleiding
mr. drs. A. Heidekamp, datum 13-10-2023
- Datum
13-10-2023
- Auteur
mr. drs. A. Heidekamp
- JCDI
JCDI:ADS940641:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Aldus ook: Feteris 2007, p. 8.
Op 1 januari 1994 traden de eerste twee tranches van de Awb in werking (Stb. 1992, 315 en Stb. 1993, 650). Bij die gelegenheid gingen onder meer de hoofdstukken 6 (algemene bepalingen bezwaar en beroep) en 7 (bijzondere bepalingen bezwaar) gelden voor het fiscale recht. Op 1 september 1999 werd hoofdstuk 8 Awb (bijzondere bepalingen beroep) van toepassing op de fiscale procedure (KB 17 juni 1999, Stb. 1999, 265 juncto Wet van 29 oktober 1998, Stb. 1998, 621). De derde tranche, met bepalingen inzake delegatie en mandaat, trad op 1 januari 1998 in werking (Stb. 1996, 333). Per 1 juli 2009 is de vierde tranche ingevoerd (Stb. 2009, 266), die belangrijke bepalingen bevat over de bestuurlijke boete (Stb. 2009, 264).
Voor een meer uitvoerige beschouwing van het algemeen geldende, bestuursrechtelijke bewijsrecht verwijs ik naar Schuurmans 2005 (met name hoofdstuk 3) en naar Tekst & Commentaar Awb (zie met name de artikelen 3:2 en 4:2).
Zoals in paragraaf 4.2.1 is opgemerkt, heeft de fiscale bestuurlijke boete weliswaar wezenlijke kenmerken van een straf, maar maakt deze als zodanig geen deel uit van het strafrecht. De fiscale bestuurlijke boete is een sanctie binnen het belastingrecht en daarmee binnen het bestuursrecht. Het belastingrecht betreft immers een categorie (financiële) rechtsbetrekkingen tussen enerzijds de overheid en anderzijds de burger.1 Daarom is het algemeen geldende bestuursrecht, zoals dat in de Awb is geharmoniseerd, ook van toepassing op het belastingrecht.2 De invloed van de Awb op het fiscale recht is vooral op het terrein van het (formele) procesrecht sterk aanwezig. De Awb geldt daarbij als lex generalis en is dus van toepassing voor zover daarvan in het belastingrecht niet uitdrukkelijk is afgeweken.
Hoewel het fiscale bewijsrecht in vele opzichten afwijkt van het bewijsrecht in het algemeen geldende bestuursrecht, is het nuttig om de bewijsregels zoals die gelden in het algemeen geldende bestuursrecht kort te belichten. De specifieke kenmerken van het algemene fiscale bewijsrecht, die aan de orde komen in hoofdstuk 7, kunnen daardoor in het juiste perspectief worden geplaatst. In deze paragraaf behandel ik daarom de belangrijkste aspecten van het bewijsrecht in het algemeen geldende bestuursrechtelijke bewijsrecht in vogelvlucht.3