Einde inhoudsopgave
Aftrekbeperkingen van de rente in het internationale belastingrecht (FM nr. 132) 2008/3.4
3.4 Het Belgische systeem
mr. J. Vleggeert, datum 01-11-2008
- Datum
01-11-2008
- Auteur
mr. J. Vleggeert
- JCDI
JCDI:ADS297097:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht (V)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Internationaal belastingrecht / Belastingverdragen
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
Europees belastingrecht (V)
Europees belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Kamer 2004/05, Doc. 51 1778/001, p. 4.
Als gevolg van de verschillende behandeling van dividend en rente zijn Belgische familiebedrijven vaak ondergekapitaliseerd. Op grond van het Belgische inkomstenbelastingsysteem wordt rente namelijk belast naar een tarief van 15% en dividend naar een tarief van 25%. De rente is bovendien in tegenstelling tot dividend aftrekbaar voor de vennootschapsbelasting. Als gevolg hiervan bestaat een voorkeur voor financiering met vreemd vermogen. W. Heyvaert, D. Deschrijver, ‘Belgium Stimulates Equity Financing’, Intertax 2005/10, p. 458.
Kamer 2004/05, Doc. 51 1778/001, p. 6.
Salens merkt op dat verwacht kan worden dat er nogal wat oneigenlijke gebruiken zullen optreden, waardoor de maatregel budgettair niet houdbaar zal zijn. P. Salens, ‘De aftrek voor risicokapitaal’, Algemeen Fiscaal Tijdschrift 2006/2, p. 26.
De aftrek kan ook van toepassing zijn op een buitenlandse vennootschap die over een Belgische vaste inrichting beschikt of die in België belastbare inkomsten uit onroerende zaken ontvangt. De aftrek wordt dan onder dezelfde voorwaarden bepaald als voor Belgische vennootschappen.
Met dien verstande dat het tarief in een aanslagjaar slechts 1 procentpunt mag afwijken van het tarief dat voor het vorige aanslagjaar werd toegepast. Overigens kan bij koninklijk besluit van deze limiet worden afgeweken. Het tarief kan bovendien niet hoger zijn dan 6,5%. Ook van deze grens kan bij koninklijk besluit worden afgeweken. Voor kleine vennootschappen wordt het tarief verhoogd met een half procentpunt.
Zie A. Haelterman, H. Verstraete, ‘De aftrek voor risicokapitaal; Eerste bedenkingen’, Algemeen Fiscaal Tijdschrift 2005/12, p. 28.
Ook de fiscale nettowaarde van de eigen aandelen en van aandelen van beleggingsvennootschappen komt in mindering op het eigen vermogen. Verder is een aantal antimisbruikbepalingen opgenomen die moeten voorkomen dat activa kunstmatig in een vennootschap worden ondergebracht om de basis voor de berekening van de aftrek voor risicokapitaal te vergroten.
Zie A. Haelterman, H. Verstraete, ‘De aftrek voor risicokapitaal; Eerste bedenkingen’, Algemeen Fiscaal Tijdschrift 2005/12, p. 27.
Vergelijk B. Springael, ‘Notional Interest Deduction: Investments in Belgian Risk Capital Rewarded’, DFI January/February 2006, p. 50.
Met ingang van het boekjaar 2006 heeft België een aftrek voor risicokapitaal ingevoerd. Blijkens de memorie van toelichting bij de wet is de regeling erop gericht de discriminatie van risicokapitaal ten opzichte van kapitaal dat van derden is geleend, te verminderen. Het is de bedoeling om, ten belope van de aftrek voor risicokapitaal, een zelfde fiscale behandeling van eigen en geleende middelen te garanderen.1 Bovendien wil de regering ondernemingen stimuleren om het eigen vermogen te versterken.2 Daarnaast wordt volgens de memorie van toelichting aldus het enige geloofwaardige en concurrerende alternatief geboden voor het behoud van de coördinatiecentra.3, 4
De aftrek is gelijk aan het risicokapitaal vermenigvuldigd met een jaarlijks vast te stellen tarief. Het risicokapitaal stemt overeen met het bedrag van het eigen vermogen van de vennootschap5 in de commerciële jaarrekening aan het eind van het voorafgaande boekjaar. Het tarief is in beginsel gelijk aan het gemiddelde tarief van de door de Belgische staat uitgegeven lineaire tienjaarsobligatie zoals die noteert in het voorafgaande boekjaar (voor 2006 was het tarief 0,3442%).6
Het eigen vermogen dat toerekenbaar is aan een buitenlandse vaste inrichting of aan in het buitenland gelegen onroerende zaken waarvan de inkomsten zijn vrijgesteld op grond van een Belgisch belastingverdrag, wordt in mindering gebracht bij de berekening van het risicokapitaal. Het doel van deze uitsluiting is te verzekeren dat alleen vermogen dat in België belastbaar inkomen genereert, kan leiden tot de aftrek.7
Ook de boekwaarde van deelnemingen wordt in mindering op het eigen vermogen gebracht. Hiermee wordt beoogd aftrekken in cascade te voorkomen.8 Haelterman en Verstraete werpen in dit verband de vraag op waarom aandelen in een buitenlandse vennootschap dan in mindering moeten komen op het eigen vermogen. Deze buitenlandse vennootschappen zullen immers niet genieten van de aftrek op risicokapitaal als ze geen Belgische vaste inlichtingen hebben.9 Mogelijk heeft de wetgever hier eveneens willen bereiken dat alleen vermogen dat in België belastbaar inkomen genereert, kan leiden tot een aftrek.10