Einde inhoudsopgave
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/17.6.4
17.6.4 Grenzen van dépegage
mr. P.H.L.M. Kuypers, datum 29-02-2008
- Datum
29-02-2008
- Auteur
mr. P.H.L.M. Kuypers
- JCDI
JCDI:ADS416868:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Naar mijn mening bestaat tussen EEX-V°/Verdrag onvoldoende verschil om art. 23/24 EEX-V°/17/18 Verdrag afzonderlijk te behandelen bij de bespreking van de grenzen van dépecage van forumkeuze.
Par. 5.2.
MvT Wetsvoorstel 26 855, nr. 3, p. 22.
Polak 2005 (T&C Rv), art. 6, aant. 9.
Killias, Gerichtsstandsvereinbarungen, p. 108.
Polak, Dépegage, p. 42.
Vzr. Rb. Arnhem 16 januari 2006, NIPR 2006, 143 waarin de vorderingen uit de franchiseovereenkomst waren voorbehouden aan de Zweedse rechter en de vorderingen in verband met IE rechten en incassovorderingen konden worden voorgelegd aan de Nederlandse rechter.
De forumkeuze in HvB Gent 23 november 2005, TBH 2006, p. 984, waarbij zowel een Duits als een Belgisch gerecht was aangewezen afhankelijk van de aard van het geschil over een raamovereenkomst, gaat mijns inziens te ver. Door de aanwijzing waren onder omstandigheden (die zich gelukkig niet voordeden) zowel de Duitse als de Belgisch rechter bevoegd en moesten zij naar Duits c.q. Belgisch recht de tekortkoming van één van de partijen beoordelen.
Bijv. HvJ EG 9 november 1978, zaak 23/78, Meeth/Glacetal, Jur. 1978, p. 2133, NJ 1979, 538.
OLG Frankfurt 20 september 1978, Serie D I — 17.1.1 — B 8; Cour de Cassation lère ch civ 19 februari 1980, Rev Crit 1981, p. 127.
HvJ EG 9 november 1978, zaak 23/78, Meeth/Glacetal, Jur. 1978, p. 2133, NJ 1979, 538, r.o. 5.
Par. 16.3.7.2 voor EEX-V°/Verdrag en 16.3.7.3 voor het commune internationaal privaatrecht.
HvJ EG 9 november 1978, zaak 23/78, Meeth/Glacetal, Jur. 1978, p. 2133, NJ 1979, 538, r.o. 6 toont een moeilijkheid aan: Hoe dient de geadieerde rechter om te gaan met verrekening? Het Hof van Justitie komt tot het oordeel dat een dergelijke forumkeuze de verweerder niet belet om te oordelen over een beroep op verrekening die met de rechtsverhouding in geschil is verweven. Het Hof van Justitie laat dat in het concrete geval voorts afhangen van de bewoordingen van de forumkeuze. Zie voor de hieruit voortvloeiende complicaties HvB Gent 23 november 2005, TBH 2006, p. 984 waarbij zowel een Duits als een Belgisch gerecht was aangewezen afhankelijk van de aard van het geschil over een raamovereenkomst.
Anders: OLG Frankfurt 20 september 1978, Serie D I-17.1.1-B 8.
Het uitgangspunt dat dépecage is toegelaten, betekent niet dat dépecage steeds mogelijk is. Het lijkt vanzelfsprekend dat een rechtsverhouding door een forumkeuze niet in duizend stukjes kan worden opgedeeld en voor ieder stukje een andere rechter bevoegd is. In deze paragraaf tracht ik de grenzen voor dépecage te vinden. Binnen het toepassingsbereik van EEX-V°Nerdrag1 en het commune internationaal privaatrecht zijn de volgende (mogelijke) grenzen aanwezig:
internationaliteitsvereiste;
art. 22 EEX-V°/16 Verdrag;
afdelingen 3, 4 en 5;
andere beperkingen.
Ad i):
Ik verwijs naar hoofdstuk 5 over de vereiste internationaliteit van forumkeuze onder de EEX-V° en het Verdrag. Indien men daarentegen aanneemt dat een internationaliteitsvereiste bestaat, is dépeQage slechts mogelijk voorzover de rechtsverhouding internationaal is. In zuiver interne gevallen kunnen partijen niet voor een gedeelte van hun rechtsverhouding een gerecht van andere EG-lidstaten c.q. verdragsluitende staten kiezen. Bovendien wordt een rechtsverhouding door de keuze van een gerecht in een andere EG-lidstaat respectievelijk verdragsluitende staat niet internationaal.2 Voor de toepasselijkheid van art. 8 Rv is internationaliteit een vereiste. Afdeling 1 van titel 1 is slechts van toepassing in internationale gevallen.3De rechtsverhouding dient een internationaal karakter te hebben, zoals ook blijkt uit art. 1 Rv. Echter naar intern Nederlands recht is dépeQage van een (interne)forumkeuze niet anders geregeld in de art. 108 en 110 Rv. Naar Nederlands intern recht zou een splitsing van een forumkeuze daarom mogelijk zijn, bijv. indien de rechtsverhouding niet internationaal is.
Ad ii):
Aangezien partijen door een forumkeuze niet mogen afwijken van de exclusieve fora van art. 22 EEX-V°/16 Verdrag is een dépeQage van een forumkeuze niet toegelaten, indien partijen daarmee (ten dele) afwijken van het exclusieve forum. Deze beperking is niet van toepassing in het Nederlandse commune internationaal privaatrecht, omdat art. 6 sub e Rv geen exclusief forum is.4
Ad iii):
De Afdelingen 3 (verzekeringsovereenkomsten), 4 (consumentenovereenkomsten) en 5 (arbeidsovereenkomsten) leggen beperkingen op aan de forumkeuzevrijheid van partijen. Ook bij dépeQage dienen partijen deze beperkingen te respecteren. In het commune internationaal privaatrecht kan dépeQage van een forumkeuze niet leiden tot een afwijken van de bevoegdheid van de rechter in geval van arbeids- en consumentenovereenkomsten (art. 8 lid 3 Rv), tenzij aan de voorwaarden van art. 8 lid 4 Rv is voldaan.
Ad iv):
Bovenstaande grenzen hangen samen met de bepalingen in de EEX-V° en het Verdrag evenals de wettelijke regels voor forumkeuze. De vraag is of daarnaast nog ongeschreven regels partijen beperken in het `dépeQeren' van een forumkeuze. Een versplintering van de forumkeuze leidt ertoe dat een gerecht een te klein fragment uit de rechtsverhouding ter beoordeling zou krijgen waardoor het gerecht niet goed in staat is over het geschil te oordelen. Ik zie niettemin geen regel die zich verzet tegen een forumkeuze die twee of meer bevoegde gerechten aanwijst en kan ook geen maximum aantal gerechten noemen (4 wel en 5 niet).5 Mijns inziens zijn partijen in deze de beste bewakers van hun eigen belangen. Tevoren zal een partij niet weten in welke processuele positie zij zal komen te verkeren. Geen van de partijen heeft er belang bij om een dusdanig onwerkbare situatie te doen ontstaan, dat een `onberechtbare' situatie zou kunnen ontstaan. Een partij kan in de toekomst ook eiser zijn en dan worden geconfronteerd met een forumkeuze die leidt tot een versplintering die een effectieve berechting onmogelijk maakt.
Vanuit het oogpunt van de rechterlijke macht dient een grens te bestaan die te vergaande fragmentering uitsluit. Naar mijn mening dient voor deze bovengrens van het maximale aantal verschillende gerechten eenzelfde grens te worden gehanteerd als voor dépeQage in het conflictenrecht: De keuze voor verschillende gerechten mag niet zover gaan dat de innerlijke samenhang van de berechting van geschillen uit eenzelfde rechtsverhouding verloren gaat of een efficiënte berechting van geschillen niet mogelijk is.6 Voor vorderingen van verschillende aard is een forumkeuze die afzonderlijke gerechten aanwijst goed mogelijk.7 Partijen mogen ook niet zover gaan dat dépeQage tot gevolg heeft dat eenzelfde onderdeel van een overeenkomst aan verschillende rechters ter beoordeling dient te worden voorgelegd. Evenmin is het resultaat wenselijk dat door de dépeQage van de forumkeuze verschillende rechtsstelsels van toepassing zijn waardoor de wettelijke samenhang en evenwicht die de rechtsverhouding beheerst of beheersen niet meer bestaat.8 Dat kan niet steeds op voorhand vaststaan. Dat zal mede afhangen van het conflictenrecht van de gekozen gerechten ten tijde van het inleiden van de procedure. Ik illustreer het bovenstaande met een voorbeeld. Een vorm van dépeQage is de 'altijd uit'9 of 'altijd thuis'10clausule. Deze houdt in de eiser altijd zijn eis dient in te stellen voor het gerecht van de woonplaats van de verweerder respectievelijk zijn eigen woonplaats.11 In een procedure met een conventie en reconventionele vordering leidt de dépeQage ertoe dat de conventie en reconventionele vordering uit elkaar worden getrokken. Art. 23 EEX-V°/17 Verdrag heeft immers voorrang boven art. 6 sub 3 EEX-V°Nerdrag.12 Hoewel het de vraag is of deze dépecage vanuit processueel perspectief gelukkig is, kan weinig bezwaar bestaan tegen een dergelijke keuze.13 Deze forumkeuze heeft zelfs als voordeel dat de fora van art. 5 en 6 EEX-V°Nerdrag niet mogen worden geadieerd. Ik heb er geen bezwaar tegen dat niet op voorhand vaststaat welk gerecht zal gaan oordelen over een geschil.14 Anders is dat naar mijn mening indien de vordering tot nakoming aan de bevoegdheid van een ander gerecht is onderworpen dan de vordering tot ontbinding van de overeenkomst. Dergelijke vorderingen zijn beide gebaseerd op niet nakoming van een verbintenis. Daardoor is een geschillen-beslechting door verschillende gerechten niet wenselijk. De laatste grens is derhalve niet in abstracte vast te stellen. De feiten en omstandigheden zullen in het voorkomende geval doorslaggevend zijn waarbij de innerlijke samenhang en het niet botsen van bevoegdheden doorslaggevend zal zijn.