De overeenkomst van Internet Service Providers met consumenten
Einde inhoudsopgave
De overeenkomst van Internet Service Providers met consumenten (R&P nr. 149) 2007/6.3.0:6.3.0 Introductie
De overeenkomst van Internet Service Providers met consumenten (R&P nr. 149) 2007/6.3.0
6.3.0 Introductie
Documentgegevens:
mr. L.A.R. Siemerink, datum 13-03-2007
- Datum
13-03-2007
- Auteur
mr. L.A.R. Siemerink
- JCDI
JCDI:ADS386865:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie Siemerink 2002 B, p. 96. Zie ook Filott 2000, p. 54-63.
Zie hoofdstuk 4 paragraaf 4.4.1.4 'Verkorting verjarings- of vervaltermijn: art. 6:236 sub g BW', paragraaf 4.4.1.6 'Bewijsbedingen: art. 6:236 sub k sw' en paragraaf 4.4.1.9 'Geschillen-beslechting: art. 6:236 sub n sw'. En hoofdstuk 5 paragraaf 5.3.3 'Opschortings- en ontbindingsrechten in de praktijk getoetst'.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Exoneratiebedingen komen voor in vrijwel ieder pakket algemene voorwaarden.1 In paragraaf 6.3.1 wordt het begrip 'exoneratiebeding' nader gedefinieerd. Het vermoeden dat exoneratiebedingen onredelijk bezwarend zijn, wordt besproken aan de hand van de huidige wet en regelgeving op het gebied van exoneratiebedingen en relevante jurisprudentie en doctrine. Op grond hiervan worden toetsingscriteria opgesteld waaraan in paragraaf 6.3.2 de exoneratiebedingen in de algemene voorwaarden van ISP's in de praktijk worden beoordeeld. De exoneratiebedingen die voorkomen in de algemene voorwaarden kunnen niet los worden gezien van de overige bedingen in de algemene voorwaarden. De onderzochte bedingen in de hoofdstukken 4 en 5 spelen daarom een belangrijke rol bij de beoordeling van exoneratiebedingen die ISP's hanteren.2