Einde inhoudsopgave
Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen (FM nr. 153) 2018/1.3.1.2
1.3.1.2 Duitse winstbelasting van lichamen
dr. F.J. Elsweier, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
dr. F.J. Elsweier
- JCDI
JCDI:ADS401762:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
In het op 7 februari 2018 gepubliceerde regeerakkoord heeft de nieuwe regering CDU/CSU en SPD aangekondigd de Solidaritätszuschlag stapsgewijs te willen afschaffen. De eerst stap zou gezet moeten worden door verhoging van de vrije voet (in de inkomstenbelasting). Koalitionsvertrag CDU, CSU und SPD, 7 februari 2018, “Ein neuer Aufbruch für Europa, Eine neue Dynamik für Deutschland, Ein neuer Zusammenhalt für unser Land”.
Ernst & Young, Studie: Aspecten van de Duitse Gewerbesteuer, blz. 22.
In Duitsland wordt op landelijk niveau Körperschaftsteuer geheven van lichamen genoemd in het Körperschaftsteuergesetz. Daarnaast zijn lichamen die een activiteit in Duitsland uitoefenen Gewerbesteuer verschuldigd en krijgen lichamen te maken met Solidaritätszuschlag (solidariteitsheffing). De Gewerbesteuer is een gemeentelijke heffing, waarbij belasting over het object wordt geheven. De Solidaritätszuschlag op de inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting en bronbelasting is destijds in- gevoerd om de kosten van de hereniging van West– en Oost-Duitsland te kunnen financieren. Deze bedraagt 5,5% van de betreffende belasting.1 Als Duitse winstbelasting van lichamen beschouw ik in eerste instantie alleen de Körperschaftsteuer. Indien de effectieve belastingdruk van een lichaam in ogenschouw wordt genomen is de Gewerbesteuer echter een uitermate belangrijke belasting voor lichamen. Ook zou het kunnen dat een bepaalde regeling in de Körperschaftsteuer alleen goed te begrijpen is als deze in samenhang met de Gewerbesteuer gelezen wordt. Het geheel buiten beschouwing laten van de Gewerbesteuer in mijn onderzoek zou mijns inziens dan ook leiden tot een onvolledige rechtsvergelijking. Sterker nog, wellicht zou het voor Nederland juist aanbevelenswaardig zijn om ook een dergelijke ondernemingsbelasting (Gewerbesteuer) in te voeren. Derhalve onderzoek ik in hoofdstuk 3 of invoering van de Duitse Gewerbesteuer een optie voor Nederland zou kunnen zijn. Aangezien de Gewerbesteuer een objectbelasting is en daarmee een ander karakter heeft dan de Körperschaftsteuer, vinden er correcties plaats ten aanzien van de Körperschaftsteuergrondslag (zie hoofdstuk 3.3.1.2). Deze correcties dienen er in eerste instantie dus toe om de principes van de Gewerbesteuer als objectbelasting tot hun recht te laten komen.2 De rechtsregels in de Gewerbesteuer die het uiteindelijke object van heffing bepalen, zijn mijns inziens daarmee minder relevant voor mijn onderzoek. Bovendien zou het systematisch beschrijven en analyseren van de rechtsregels in de Gewerbesteuer leiden tot een te omvangrijk onderzoek. Vanwege het feit dat de belastinggrondslag van de Gewerbesteuer grotendeels overeenkomt met de belastinggrondslag en rechtsregels uit de Körperschaftsteuer heb ik er voor gekozen om de rechtsregels van de Gewerbesteuer niet systematisch (integraal) te onderzoeken. Ik zal wel opvallende, afwijkende rechtsregels uit de Gewerbesteuer behandelen die een grote invloed hebben op de rechtsregels uit de Körperschaftsteuer of waarvan ik denk dat deze mogelijk aanbevelenswaardig zijn voor de Nederlandse winstbelasting van lichamen.
In hoofdstuk 3 ga ik nader in op de geschiedenis, rechtsgronden en huidige stand van zaken omtrent de Körperschaftsteuer en Gewerbesteuer in Duitsland. De Solidaritätszuschlag wordt in mijn onderzoek niet verder uitgewerkt. Laatstgenoemde betreft een opslag en is mijns inziens niet interessant voor verder onderzoek.