De niet-uitvoerende bestuurder in een one tier board
Einde inhoudsopgave
De niet-uitvoerende bestuurder in een one tier board (VDHI nr. 168) 2020/III.1:III.1 Inleiding
De niet-uitvoerende bestuurder in een one tier board (VDHI nr. 168) 2020/III.1
III.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. N. Kreileman, datum 01-08-2020
- Datum
01-08-2020
- Auteur
mr. N. Kreileman
- JCDI
JCDI:ADS242820:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het vorige hoofdstuk stond ik stil bij de intrede van de niet-uitvoerende bestuurder in Boek 2 BW. In dit hoofdstuk ga ik een trede omlaag en analyseer ik de invoering van het monistische bestuursmodel op het niveau van de vennootschap zelf. Welke stappen moeten worden genomen om het monistische bestuursmodel in te voeren?
De wet schrijft in het eerste lid van art. 2:129a/239a BW voor dat het instellen van een one tier board ‘bij de statuten’ geschiedt. In de volgende paragraaf ga ik nader op dit vereiste in. Vervolgens komt de rol van de ondernemingsraad bij de invoering van de one tier-structuur aan de orde. In § III.4 beschrijf ik welke stappen moeten worden genomen wanneer een vennootschap met een dualistisch bestuursmodel wil switchen naar het monistische bestuursmodel. Ik sluit af met een synthese.