Omzetting als rechtsvormwijziging
Einde inhoudsopgave
Omzetting als rechtsvormwijziging (IVOR nr. 70) 2010/7.2.3:7.2.3 Rechtsvormwijziging in kerkgenootschap
Omzetting als rechtsvormwijziging (IVOR nr. 70) 2010/7.2.3
7.2.3 Rechtsvormwijziging in kerkgenootschap
Documentgegevens:
Mr. B. Snijder-Kuipers, datum 20-01-2010
- Datum
20-01-2010
- Auteur
Mr. B. Snijder-Kuipers
- JCDI
JCDI:ADS496599:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Rechtsvormwijziging stichting in kerkelijke instelling: Rb. Zwolle 28 februari 2001, JOR 2001, 121(Stichting Rooms Katholiek Kerkhof Zwolle).
Deze rechtsvormwijziging is geëffectueerd op 18 mei 2001 volgens opgaaf aan het handelsregister (inschrijfnummer in handelsregister 41024251).
Kamerstukken II 1984/85, 17 725, nr. 7, p. 13. De minister gaat hier voorbij aan het uitgangspunt dat artikel 2:2 BW een lex specialis is van artikel 2:3 BW. Zie tevens Kamerstukken II 1987/88, 17 725, nr. 13, p. 10.
Kamerstukken II989/90, 17 725, nr. 12, p. 6.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de jurisprudentie is bevestigd dat een stichting van rechtsvorm kan wijzigen in een kerkelijke instelling. Bij de Rechtbank te Zwolle1 werd een verzoek ingediend tot rechterlijke machtiging op grond van artikel 2:18 lid 4 BW voor de rechtsvormwijziging van een stichting in een privaatrechtelijke kerkelijke instelling.2 In die uitspraak is opgenomen dat artikel 2:18 BW de mogelijkheden van rechtsvormwijziging onder artikel 2:20 BW (oud) bestendigen dus ook die van een private kerkelijke instelling. Daarom is artikel 2:18 BW rechtstreeks van toepassing op de rechtsvormwijziging van een stichting in een privaatrechtelijke kerkelijke instelling en niet naar analogie.
Dat zou aansluiten bij de visie van de minister.3 De minister stelt:
`Artikel 20 van de geldende wet verbiedt geen rechtsvormwijziging van enige in boek 2 geregelde rechtsvorm in welke andere dan ook Bij nader inzien zie ik met T.J. van der Ploeg geen overwegende bezwaren tegen bestendiging van al deze mogelijkheden tot rechtsvormwijziging.'
Deze uitspraak is later door de minister genuanceerd vanwege het feit dat verschillend wordt gedacht over de positie van het kerkrecht in verhouding tot het privaatrecht. De minister merkte op dat het verstandiger lijkt dat de burgerlijke rechter zich van rechtstreekse toepassing onthoudt maar de weg naar analogie openhoudt.4