De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/17.8.4.5:17.8.4.5 Verhouding tot art. 1 EP
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/17.8.4.5
17.8.4.5 Verhouding tot art. 1 EP
Documentgegevens:
F. Eikelboom, datum 01-06-2017
- Datum
01-06-2017
- Auteur
F. Eikelboom
- JCDI
JCDI:ADS363700:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 23 maart 2012, NJ 2012/393 m.nt. Van Schilfgaarde, JOR 2012/141 m.nt. Josephus Jitta en Barkhuysen (e-Traction-II).
Zie par. 17.4.3.2 en 17.6.3.4.
Verwezen zij naar par. 5.3.5.7 en 5.4.3.3.
Zie Eikelboom 2011A.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de cassatieklacht die leidde tot de tweede e-Traction-beschikking1 werd onder meer gesteld dat de overdracht ter certificering in strijd was met art. 1 EP. De Hoge Raad kwam om proces-technische redenen niet toe aan de beoordeling van die klacht.
AG Timmerman besteedde wel aandacht aan deze klacht in zijn conclusie. Hij achtte certificering op zich niet strijdig met art. 1 EP, zolang de ondernemingskamer maar instemt met deze certificer7;ing en deze eindigt als de desbetreffende (onmiddellijke) voorziening ook eindigt. Die laatste eis vloeit volgen AG Timmerman voort uit het tijdelijke karakter van deze voorziening. Ik deel die mening niet,2 maar zie eveneens geen strijdigheid met art. 1 EP.
Voor de door art. 1 EP proportionaliteit van de desbetreffende inmenging is van belang of er sprake is van een onteigening of een regulering.3 AG Timmerman meende dat sprake was van een regulering en ik ben dat met hem eens.4 De redenen daarvoor zijn min of meer gelijk aan hetgeen in par. 17.7.3.1 werd uiteengezet over het enkele treffen van de (onmiddellijke) voorziening tijdelijke overdracht van aandelen ten titel van beheer.