Eigendomsgrondrecht en belastingen
Einde inhoudsopgave
Eigendomsgrondrecht en belastingen (FM nr. 161) 2020/4.3.3.3:4.3.3.3 Verjaring van de bevoegdheid belastingschulden te formaliseren
Eigendomsgrondrecht en belastingen (FM nr. 161) 2020/4.3.3.3
4.3.3.3 Verjaring van de bevoegdheid belastingschulden te formaliseren
Documentgegevens:
dr. T.C. Gerverdinck, datum 13-03-2020
- Datum
13-03-2020
- Auteur
dr. T.C. Gerverdinck
- JCDI
JCDI:ADS197340:1
- Vakgebied(en)
Europees belastingrecht / Mensenrechten
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
EHRM 11 september 2012, nr. 23819/06 (Optim and Industerre v. Belgium), par. 36. Zie over deze zaak nader Baker 2012, p. 586.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Wettelijke verjaringstermijnen – zoals de termijn waarbinnen belastingaanslagen kunnen worden opgelegd – kunnen bij belastingplichtingen de legitimate expectation doen ontstaan dat aan hen na het verstrijken van een bepaalde periode geen (afdwingbare) belastingaanslag meer zal worden opgelegd.1 Als door nieuwe wetgeving verjaringstermijnen worden verlengd of de verjaring wordt gestuit, kan dat meebrengen dat een possession van de belastingplichtige wordt aangetast. De omvang van de belastingschuld moet dan wel vaststaan. In Optim and Industerre v. Belgium overwoog het EHRM dat de belanghebbenden weliswaar de legitimate expectation hadden dat hun uit de wet voortvloeiende belastingschuld door het tijdsverloop zou komen te vervallen, maar dat zij toch geen possession in de zin van artikel 1 Eerste Protocol hadden. De reden hiervoor was dat er nog een procedure liep over de hoogte van de belastingschuld, zodat de belastingschuld nog niet vaststond en geëxecuteerd kon worden (“l’imposition litigieuse ne peut être considérée comme une «dette liquide et certaine» et ne peut être recouvrée par voies d’exécution”). Anders gezegd: de betwisting schorste de verjaring.