Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW
Einde inhoudsopgave
Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW (VDHI nr. 171) 2022/9.3.11.3:9.3.11.3 De wilsrechttheorie in combinatie met borgtocht
Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW (VDHI nr. 171) 2022/9.3.11.3
9.3.11.3 De wilsrechttheorie in combinatie met borgtocht
Documentgegevens:
mr. dr. J. van der Kraan, datum 01-01-2022
- Datum
01-01-2022
- Auteur
mr. dr. J. van der Kraan
- JCDI
JCDI:ADS648801:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Met betrekking tot de vraag of het verstandig is om de wilsrechttheorie te aanvaarden, hink ik op twee gedachten. De gedachte die ten grondslag ligt aan de wilsrechttheorie sluit aan bij de ratio achter de 403-verklaring. Het is aan de schuldeiser of hij de consoliderende rechtspersoon wenst aan te spreken en of hij een vorderingsrecht op de consoliderende rechtspersoon wenst te verkrijgen. De wilsrechttheorie lijkt juridisch gezien de juiste benadering te zijn omdat de eenzijdige verklaring, waarmee een vorderingsrecht wordt geschapen en aan het vermogen van een derde wordt toegevoegd, een merkwaardig verschijnsel is.
Helaas voorkomt de wilsrechttheorie niet dat er meerdere vorderingsrechten kunnen ontstaan. Daarmee zal de problematiek om deze vorderingsrechten bij elkaar te houden opnieuw opspelen.
De beste benadering is naar mijn idee de combinatie van de wilsrechttheorie en de aanname dat een 403-verklaring leidt tot een aansprakelijkheid die op één lijn valt te stellen met borgtocht. Op basis van een 403-verklaring verkrijgt een schuldeiser het wilsrecht om het aanbod van de consoliderende rechtspersoon, dat zij borg wil staan voor de schulden van de vrijgestelde rechtspersoon, te aanvaarden. Borgtocht vereist een overeenkomst,1 dus daarvoor is aanbod en aanvaarding nodig. Hierdoor lijkt de aanbodfase, waarin sprake is van een wilsrecht dat voortvloeit uit het aanbod, niet overgeslagen te kunnen worden. Het aanbod van de consoliderende rechtspersoon richt zich tot iedere schuldeiser, dus ook een cedent. Iedere schuldeiser kan zelfstandig een beroep doen op de 403-verklaring. Na de aanvaarding ontstaat een overeenkomst van borgtocht. Er ontstaat geen nieuw zelfstandig vorderingsrecht.
Bij een combinatie van de wilsrechttheorie en borgtocht zijn geen problemen met het achterblijven van 403-vorderingen. Problemen met verpanding en beslag doen zich niet voor bij een borgstelling.
Problemen die zich wel voor kunnen doen, zijn vragen omtrent de onduidelijkheden die een wilsrecht met zich brengt.