Wilsdelegatie in het erfrecht
Einde inhoudsopgave
Wilsdelegatie in het erfrecht (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/6.1:III.6.1 Inleidend
Wilsdelegatie in het erfrecht (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/6.1
III.6.1 Inleidend
Documentgegevens:
mr. N.V.C.E. Bauduin, datum 09-09-2014
- Datum
09-09-2014
- Auteur
mr. N.V.C.E. Bauduin
- JCDI
JCDI:ADS623684:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
In Bauduin 2014 publiceerde ik over de vraag wanneer sprake is van een van andermans willekeur afhankelijk gemaakt legaat. Onderdelen daarvan komen in dit hoofdstuk terug.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de inleiding en verantwoording van dit onderzoek gaf ik reeds aan dat wilsdelegatie kan plaatsvinden op twee manieren:
Door de inhoud van een uiterste wilsbeschikking (mede) door een ander te laten bepalen.
Door de werking van een uiterste wilsbeschikking afhankelijk te maken van andermans wil.
De vraag in hoeverre het mogelijk is om te delegeren ten aanzien van de inhoud van een uiterste wilsbeschikking stond centraal in het tweede deel van het onderzoek. Mijns inziens is het bepaaldheidsvereiste het richtinggevende criterium waarmee de toelaatbaarheid van wilsdelegatie ten aanzien van de inhoud van een uiterste wilsbeschikking kan worden beoordeeld. Hoe het bepaaldheidsvereiste voor iedere te onderscheiden soort uiterste wilsbeschikking dient te worden opgevat, kan worden vastgesteld aan de hand van de materiële aard van iedere soort uiterste wilsbeschikking. Ik verwijs hiervoor naar hoofdstuk 4 en hoofdstuk 5 van dit onderzoek.
In dit deel van het onderzoek staat de vraag naar de toelaatbaarheid van wilsdelegatie ten aanzien van de werking van een uiterste wilsbeschikking centraal. In hoeverre is het mogelijk om de werking van een uiterste wilsbeschikking afhankelijk te maken van de wil van een ander? Ten aanzien van deze vraag kan niet worden teruggevallen op het bepaaldheidsvereiste. Het bepaaldheidsvereiste ziet immers slechts op de inhoud van een uiterste wilsbeschikking. Er dienen andere aanknopingspunten te worden gezocht om te beoordelen in hoeverre het mogelijk is om een ander te laten bepalen of een uiterste wilsbeschikking al dan niet werking heeft. In dit hoofdstuk ga ik naar deze aanknopingspunten op zoek.1