Einde inhoudsopgave
Derdenbeslag (BPP nr. I) 2003/3.7.7.3.1
3.7.7.3.1 Beperkte effectiviteit van dit beslag
Mr. L.P. Broekveldt, datum 31-03-2003
- Datum
31-03-2003
- Auteur
Mr. L.P. Broekveldt
- JCDI
JCDI:ADS393308:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie aldus in Kluwer Rv (Stein/Van Mierlo), aant. 9 bij art. 475.
Uit de MvA II Inv. bij art. 477b lid 2 (vgl. Parl. Gesch. Wijz. Rv, p. 182) volgt dat, wanneer de derde-beslagene het te leveren goed zonder voorbehoud wél schriftelijk ter beschikking stelt, hij zich kennelijk niet op een opschortingsrecht wil beroepen (zie ook de MvA II Inv. bij art. 525; Parl. Gesch. Wijz. Rv, p. 243); zie ook hierna nr. 114.
In verband met het bepaalde in art. 478 lid 1 (cumulatief derdenbeslag) dient hij dat wel te doen vóórdat de derde-beslagene het goed overeenkomstig art. 477b lid 2 (jo. art. 525 lid 2) schriftelijk ter beschikking van de deurwaarder heeft gesteld.
Zie in Kluwer Rv (Stein/Van Mierlo), aant. 9 bij art. 475 (zie ook eerder noot 457); zie voor deze problematiek ook § 5.53.2 (nr. 326). Of de nieuwe bewerker - A.I.M. van Mierlo - ook deze opvatting van H. Stein zal overnemen, valt nog te bezien.
In HR 24 maart 1995, NJ 1996, 158 (Crediteurenbelangen/Rabobank), m.nt. WMK, is ook beslist dat het begrip 'kosten tot behoud' in art. 3:284 lid 1, 'beperkt moet worden opgevat'. Daaronder vallen alleen die kosten die zijn gemaakt 'om de zaak in fysieke zin voor tenietgaan te behoeden' (vgl. Part Gesch. Boek 3 (Inv. 3, 5 en 6), p. 1388).
112. Door H. Stein is er terecht op gewezen, zoals hiervoor (nr. 110, laatste alinea) ook reeds is aangestipt, dat de nieuwe mogelijkheid om een vordering tot levering van een goed op naam - maar hetzelfde geldt voor een vordering tot levering van andere goederen (roerende zaken, rechten aan toonder of order) - in beslag te nemen1
'gunstiger (kan) ogen dan zij in werkelijkheid is.'
Dit beslag zal immers alleen dán tot het beoogde doel kunnen leiden - uitwinning van het goed door levering aan de veilingkoper en verhaal op de opbrengst ervan wanneer door de beslagdebiteur volledig aan zijn verplichtingen jegens de derde-beslagene is of zal zijn voldaan. Zolang dat niet het geval is - omdat de beslagdebiteur de voor het goed verschuldigde koopsom of andere prestatie (nog) niet aan de derde heeft voldaan - is deze in beginsel bevoegd nakoming van zijn leveringsverplichting op te schorten (art. 6:52 jo. art. 6:262). Deze opschortingsbevoegdheid kan de derde ook aan de beslaglegger tegenwerpen (art. 6:53), en wel met name door het te leveren goed (voorlopig) niet schriftelijk aan de deurwaarder ter beschikking te stellen (art. 477b lid 2).2 Vermoedelijk zal het vrij vaak voorkomen dat de beslagdebiteur die immers al in gebreke is jegens de beslaglegger - óók niet (meer) in staat is of zal zijn de verschuldigde koopsom aan de derde te voldoen. De beslaglegger heeft geen mogelijkheden om daarop enige invloed of druk uit te oefenen.
Indien de beslaglegger ervoor zou kiezen namens de beslagdebiteur - bijv. bij wijze van zaakwaarneming (art. 6:198), maar beter met zijn instemming - de koopsom aan de derde-beslagene te voldoen om daarmee het beletsel voor levering weg te nemen, loopt hij uiteraard het risico het 'voorgeschoten' bedrag niet op de beslag-debiteur te kunnen verhalen. Tot verhaal van die vordering strekt het door hem gelegde derdenbeslag ook niet. Wel zal de beslaglegger tot verhaal van die nieuwe vordering nog een tweede - maar dan conservatoir - derdenbeslag ten laste van de schuldenaar op dezelfde vordering tot levering kunnen leggen.3 Anders dan H. Stein4 meende zal deze nieuwe vordering - al aangenomen dat de beslaglegger ter zake een vorderingsrecht op de beslagdebiteur heeft verkregen - in elk geval niet als 'kosten tot behoud in de zin van art. 3:284' bij voorrang op de opbrengst van het goed kunnen worden verhaald: het gaat hier immers niet om kosten die zijn gemaakt om het goed zélf voor tenietgaan te behoeden, zoals het geval is bij kosten van reparatie of onderhoud van een roerende of onroerende zaak.5 Het leggen van een tweede derdenbeslag is dan ook de enige mogelijkheid.