V-N 2025/16.28
Derde herzieningsverzoek van frauderende directeur is niet-ontvankelijk
HR 11-03-2025, ECLI:NL:HR:2025:346, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
11 maart 2025
- Magistraten
Borgers, Kooijmans, Dalebout
- Zaaknummer
24/03567
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD7718:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Rechtsmiddelen
Omzetbelasting / Algemeen
Fiscaal strafrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:346, Uitspraak, Hoge Raad, 11‑03‑2025
- Wetingang
art. 457 lid 1-c Wetboek van Strafvordering
Essentie
De Hoge Raad oordeelt dat de aanvraag tot herziening niet in behandeling kan worden genomen, omdat in 2022 ter zake van het tweede herzieningsverzoek al is geoordeeld dat – uitgaande van de juistheid van de stelling van X – dit niet tot herziening kan leiden.
Samenvatting
X is financieel directeur van een BV. Een dochter hiervan exploiteert een aannemingsbedrijf. Voor de bouw van een hotel-café-restaurant, alsmede een groot aantal appartementen en woningen is met de opdrachtgever een betaling in natura overeengekomen. Die betaling bestaat onder meer uit het recht op verkoop en levering van vijftien woningen en 36 appartementen. Volgens Hof Leeuwarden ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.