Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders
Einde inhoudsopgave
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/8.4.2:8.4.2 Kwalificatie als insider leidt wel tot een extra kritische inspectie
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/8.4.2
8.4.2 Kwalificatie als insider leidt wel tot een extra kritische inspectie
Documentgegevens:
mr. J. Barneveld, datum 18-09-2013
- Datum
18-09-2013
- Auteur
mr. J. Barneveld
- JCDI
JCDI:ADS409060:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
In re Mid-Town Produce Terminal, Inc., 599 F.2d 389, (10th Cir.1979), p. 392: “Because there is incentive and opportunity to take advantage, dominant shareholders and other insiders’ loans in a bankruptcy situation are subject to special scrutiny.”
In re Teltronics Servs., Inc., 29 Bankr. 139 (Bankr. E.D.N.Y.), p. 169.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De rechtspraak en juridische literatuur geven er blijk van zich bewust te zijn van de risico’s die transacties tussen aandeelhouders en de vennootschap meebrengen voor de vennootschap en haar crediteuren. Met name controlerende aandeelhouders beschikken over mogelijkheden om door kredietverstrekking crediteuren van de vennootschap te benadelen. De kans dat een curator slaagt in de achterstelling van een vordering neemt dan ook aanzienlijk toe indien de desbetreffende crediteur als ‘insider’ kwalificeert. In Pepper v. Litton is bepaald dat het gedrag van insiders/ fiduciaries aan een strenger onderzoek dient te worden onderworpen dan dat van buitenstaanders.1 Het gedrag van insiders wordt ook inhoudelijk strenger getoetst dan het gedrag van externe kredietverstrekkers. Indien het een insider of fiduciary betreft, kan minder vergaand wangedrag (misconduct) achterstelling rechtvaardigen, dan wanneer het om een buitenstaander gaat.
Zie In re Bellanca Aircraft Corp., 850 F.2d 1275, 7 U.C.C. Rep. Serv. 2d 656 (8th Cir. 1988) en In re N&D Properties, Inc., 799 F.2d 726 (11th Cir. 1986).
In In re Teltronics Servs., Inc. verwoordde een New York Bankruptcy Court het als volgt: “The primary distinction between subordinating the claims of insiders versus those of non-insiders lies in the severity of misonduct required to be shown, and the degree to which the court will scrutinize the claimant’s actions toward the debtor or its creditors. Where the claimant is a non-insider, egregious conduct must be proven with particularity. It is insufficient […] merely to establish sharp dealing; rather he must prove that the claimant is guilty of gross misconduct tantamount to “faud, overreaching or spoliation to the detriment of others.”2
De kwalificatie van insider heeft ook gevolgen voor de verdeling van de bewijslast. De partij die zich beroept op de achterstelling dient feiten aan te voeren waaruit het inequitable handelen van de insider blijkt. Indien men daarin slaagt, verplaatst de bewijslast zich naar de insider die zal moeten aantonen te goeder trouw en in alle eerlijkheid gehandeld te hebben (“show good faith and fairness”).