NJB 2025/2300
Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg. Vervolg op HR 25 oktober 2024, ECLI:NL:HR:2024:1546. Geding na cassatie en terugwijzing. De Hoge Raad doet zelf af. Hoge Raad: Na cassatie en terugwijzing diende de rechtbank opnieuw te beoordelen of op 3 januari 2024 voldoende grond bestond voor het verlenen van de verzochte zorgmachtiging. De rechtbank was bij deze beoordeling gebonden aan haar eerdere beslissing dat aan de medische verklaring een gebrek kleeft, aangezien deze beslissing in de eerste cassatieprocedure niet was bestreden. Dit heeft de rechtbank miskend. De Hoge Raad doet zelf de zaak af door het verzoek af te wijzen.
HR 19-09-2025, ECLI:NL:HR:2025:1318
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
19 september 2025
- Magistraten
Mrs. M.V. Polak, F.J.P. Lock, A.E.B. ter Heide, F.R. Salomons, K. Teuben
- Zaaknummer
25/01012
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1318, Uitspraak, Hoge Raad, 19‑09‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:581, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 23‑05‑2025
- Wetingang
Essentie
Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg. Vervolg op HR 25 oktober 2024, ECLI:NL:HR:2024:1546. Geding na cassatie en terugwijzing. De Hoge Raad doet zelf af. Hoge Raad: Na cassatie en terugwijzing diende de rechtbank opnieuw te beoordelen of op 3 januari 2024 voldoende grond bestond voor het verlenen van de verzochte zorgmachtiging. De rechtbank was bij deze beoordeling gebonden aan haar eerdere beslissing dat aan de medische verklaring een gebrek kleeft, aangezien deze beslissing in de eerste cassatieprocedure niet was bestreden. Dit heeft de rechtbank miskend. De Hoge Raad doet zelf de zaak af door het verzoek af te ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.