Aftrekbeperkingen van de rente in het internationale belastingrecht
Einde inhoudsopgave
Aftrekbeperkingen van de rente in het internationale belastingrecht (FM nr. 132) 2008/12.3.1:12.3.1 Inleiding
Aftrekbeperkingen van de rente in het internationale belastingrecht (FM nr. 132) 2008/12.3.1
12.3.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. J. Vleggeert, datum 01-11-2008
- Datum
01-11-2008
- Auteur
mr. J. Vleggeert
- JCDI
JCDI:ADS302017:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Internationaal belastingrecht (V)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Internationaal belastingrecht / Belastingverdragen
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
Europees belastingrecht (V)
Europees belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het OESO-modelverdrag laat landen bij de voorkoming van dubbele belasting de keuze tussen de vrijstellingsmethode en de verrekeningsmethode. Kiest een land voor de vrijstellingsmethode, dan wordt echter geen vrijstelling maar verrekening verleend voor de belasting die op grond van art. 10 en 11 door de bronstaat is geheven over het dividend en de rente (hierna in deze paragraaf aangeduid als: ‘dividendbelasting’ respectievelijk ‘bronbelasting op rente’). Voor de dividendbelasting en de bronbelasting op rente wordt dus verrekening verleend ongeacht of een land gekozen heeft voor de vrijstellingsmethode of de verrekeningsmethode.
Wanneer een lening onder zodanige voorwaarden is verstrekt dat het land van de debiteur op grond van zijn nationale regels tegen thin capitalisation de rente behandelt als dividend (‘ogenschijnlijke rente’), is niet zonder meer gezegd dat het land van de crediteur deze behandeling zal volgen. Als gevolg hiervan is het mogelijk dat het land van de debiteur dividendbelasting inhoudt op de ogenschijnlijke rente, terwijl het land van de crediteur meent slechts verplicht te zijn tot verrekening van bronbelasting op rente. Dit kan met zich brengen dat de dividendbelasting niet verrekenbaar is. Ook is het mogelijk dat het land van de crediteur wel bereid is om de dividendbelasting te verrekenen maar niet voor het volledige bedrag. Dit kan zich voordoen wanneer het land van de debiteur op grond van het dividendartikel gerechtigd is om meer bronbelasting in te houden dan zou voortvloeien uit het renteartikel.
Hierna wordt eerst ingegaan op de vraag onder welke voorwaarden het land van de crediteur verplicht is verrekening te verlenen voor de dividendbelasting die door het bronland over de ogenschijnlijke rente is geheven. Vervolgens komen de bepalingen over voorkoming van dubbele belasting in de Nederlandse belastingverdragen aan bod.