Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht
Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/7.1:7.1. Inleiding
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/7.1
7.1. Inleiding
Documentgegevens:
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS582378:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 1995/96, 24 707, nr. 3, p. 41-42 en 53 (MvT). Zie ook GvEA EG 18 september 1992, zaak T-24/90 (Automec II), Jur. 1992, p. IE-2223, waarin het GvEA EG de Commissie volgde toen zij een klacht had verworpen wegens onvoldoende communautair belang en wegens het feit dat de nationale rechter bij wie de zaak reeds aanhangig was de rechten van de gelaedeerden voldoende kon beschermen.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Bij de privaatrechtelijke handhaving van het Europees en Nederlands mededingingsrecht moet gebruik worden gemaakt van het instrumentarium dat het nationale burgerlijk recht en het burgerlijk procesrecht bieden. Voor aansprakelijkheid wegens schending van het mededingingsrecht bestaan in het Nederlands burgerlijk en burgerlijk procesrecht geen specifieke regels, uitgezonderd de in het kader van Verordening 1/2003 opgenomen bepalingen in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering die handelen over het optreden van de Commissie en de Nederlandse mededingingsautoriteit als amicus curiae (artikel 44a Rv) en de bepalingen over het door de rechter vragen van inlichtingen of advies ingevolge artikel 15, eerste lid, van Verordening nr. 1/2003 (artikelen 67 en 68 Rv).
Met behulp van instrumenten uit het privaatrecht kunnen klagers een civiele procedure entameren om bepaald gedrag van de wederpartij te verbieden of af te dwingen. Dit kan bijvoorbeeld een verplichting tot levering zijn, maar ook een verplichting tot vergoeding van schade. Privaatrechtelijke handhaving van het mededingingsrecht biedt aan de (potentiële) gelaedeerde een aantal mogelijkheden die niet via de publiekrechtelijke handhaving kunnen worden gerealiseerd. Zo kan de burgerlijke rechter, naast het toepassen van de nietigheidssanctie, op betrekkelijk eenvoudige wijze voorlopige maatregelen nemen. In het kader van dit hoofdstuk is de mogelijkheid van de burgerlijke rechter om schadevergoeding toe te kennen van belang. De NMa of de Commissie zijn daartoe niet in staat. Het HvJ EG, de Commissie en de nationale wetgever beschouwen de vordering tot schadevergoeding dan ook als handhaving-instrument, naast de instrumenten voor publiekrechtelijke handhaving van het mededingingsrecht.1
In dit hoofdstuk worden een aantal deelvragen nader onderzocht. In de eerste plaats wordt onderzocht wat het doel is van schadevergoeding bij de privaatrechtelijke handhaving van het mededingingsrecht. In de tweede plaats wordt onderzocht wat de communautaire minimumeisen zijn die bij de privaatrechtelijke handhaving van het mededingingsrecht aan het nationale recht worden gesteld. In de derde plaats wordt onderzocht aan welke eisen moet worden voldaan om naar Nederlands recht aansprakelijkheid op grond van schending van het mededingingsrecht te vestigen. In de vierde plaats wordt onderzocht naar welke criteria moet worden gekeken om de omvang van de aansprakelijkheid en de aard en omvang van de schadevergoeding vast te stellen. In de vijfde plaats wordt onderzocht welke obstakels er voor de gelaedeerde van een mededingingsinbreuk zijn bij de vestiging van de aansprakelijkheid op grond van schending van het mededingingsrecht en bij het vaststellen van de aard en omvang van de schadevergoeding. In de zesde plaats wordt onderzocht of de positie van de gelaedeerde van een schending van het mededingingsrecht moet worden versterkt en zo ja, hoe die positie zou moeten worden versterkt.
Ik begin nu eerst in § 7.2 met een bespreking van de doelstellingen van schadevergoeding bij de privaatrechtelijke handhaving van het mededingingsrecht. In § 7.3 ga ik nader in op de doelstellingen van schadevergoeding bij de privaatrechtelijke handhaving van het mededingingsrecht volgens de Commissie, het HvJ EG en de nationale wetgever. In § 7.4 ga ik nader in op het arrest Courage/Crehan en in 7.5 bespreek ik de harmonisatie van het recht betreffende de niet-contractuele aansprakelijkheid. In § 7.6 komt de vestiging van de aansprakelijkheid op grond van schending van het mededingingsrecht aan bod. In § 7.7 wordt de omvang van de aansprakelijkheid behandeld. In § 7.7.3 komt de aard en omvang van de schadevergoeding aan de orde. § 7.8 behandelt de aansprakelijkheid van meerdere laedentes. In § 7.9 zal nader aandacht worden besteed aan het passing-on verweer en indirecte acties. Punitive damages komen in § 7.10 aan de orde. In § 7.11 komt de wettelijke rente aan de orde. § 7.12 behandelt de verhouding tussen publiekrechtelijke clementieregelingen en de privaatrechtelijke handhaving van het mededingingsrecht. In § 7.13 komen de acties op grond van ongegronde vermogensverschuiving aan bod die bij de privaatrechtelijke handhaving van het mededingingsrecht een rol kunnen spelen, namelijk de vordering uit ongerechtvaardigde verrijking en de vordering uit onverschuldigde betaling. In § 7.14 wordt de verjaring behandelt en in § 7.15 wordt afgesloten met de samenvattende conclusies.