De turboliquidatie van de Besloten Vennootschap
Einde inhoudsopgave
De turboliquidatie van de BV (VDHI nr. 131) 2016/10.4:10.4 Samenvatting en conclusie
De turboliquidatie van de BV (VDHI nr. 131) 2016/10.4
10.4 Samenvatting en conclusie
Documentgegevens:
mr. S. Renssen, datum 28-09-2015
- Datum
28-09-2015
- Auteur
mr. S. Renssen
- JCDI
JCDI:ADS386325:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Zowel de faillissementspauliana als artikel 2:248 BW spelen in geval van een failliete turbogeliquideerde BV een tweeledige rol. Zij kunnen enerzijds als de oorzaak en anderzijds als een gevolg van de faillietverklaring van de BV worden aangemerkt. Alhoewel in de literatuur en jurisprudentie onenigheid is gerezen over de vraag of een vordering uit hoofde van artikel 2:248 BW als bate kan worden aangemerkt, is het mijns inziens – vanuit het oogpunt van bescherming van de proceseconomie en derdenbescherming – evident dat het antwoord hierop bevestigend is.
Ondanks dat algemeen wordt aangenomen dat in geval van een turbogeliquideerde BV geen jaarrekening behoeft te worden opgemaakt over het laatste (verkorte) boekjaar, ben ik van mening dat het opmaken van een dergelijke jaarrekening – gelet op de functie van de jaarrekening – wel degelijk een verplichting zou dienen te zijn. Het opmaken van een jaarrekening heeft ook voordelen voor het bestuur: over de periode waarop de jaarrekening ziet, kan decharge worden verleend in een separaat dechargebesluit en de jaarrekening kan het bestuur van dienst zijn bij een geschil omtrent het al dan niet bestaan van baten ten tijde van ontbinding in een heropeningsprocedure.
Tot slot zou het mijns inziens mogelijk moeten zijn om de driejaarstermijn van artikel 2:248 lid 6 BW op te rekken wanneer sprake is van een onterechte turboliquidatie (althans in geval het bestuur bewust onterecht is overgegaan tot turboliquidatie), mede gelet op het parlementaire doel van deze bepaling.