V-N 2025/20.6
Verplaatsing BV naar Curaçao is geen misbruik om belasting te ontgaan
HR 25-04-2025, ECLI:NL:HR:2025:669, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
25 april 2025
- Magistraten
Van Hilten, Van Eijsden, Feteris, Fierstra, Faase
- Zaaknummer
22/04506
22/04508
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD9552:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Belastingverdragen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:668, Uitspraak, Hoge Raad, 25‑04‑2025
ECLI:NL:HR:2025:669, Uitspraak, Hoge Raad, 25‑04‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 25‑04‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 25‑04‑2025
ECLI:NL:PHR:2023:701, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 28‑07‑2023
- Wetingang
art. 17 lid 3 Wet VPB 1969
Essentie
De Hoge Raad oordeelt dat het hof de “initiële bewijslast” ten aanzien van zowel de subjectieve als de objectieve voorwaarde van de antimisbruikbepaling terecht bij de inspecteur heeft gelegd. Het hof is terecht tot de conclusie gekomen dat X1 BV is geslaagd in het tegenbewijs.
Samenvatting
X1 BV en X2 BV zijn vanaf 2007 de persoonlijke holdings van een vader en zijn zoon. X1 BV en X2 BV participeerden sinds 2007 samen met de persoonlijke houdstervennootschappen van verschillende familieleden in de in Nederland gevestigde D BV. Vader is in 2011 geëmigreerd naar Curaçao, zodat X1 BV daar is gevestigd. De ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.