De civiele zitting centraal: informeren, afstemmen en schikken
Einde inhoudsopgave
De civiele zitting centraal: informeren, afstemmen en schikken (BPP nr. VIII) 2010/1.5.6:1.5.6 Respons en soort zaken
De civiele zitting centraal: informeren, afstemmen en schikken (BPP nr. VIII) 2010/1.5.6
1.5.6 Respons en soort zaken
Documentgegevens:
Janneke van der Linden, datum 14-04-2010
- Datum
14-04-2010
- Auteur
Janneke van der Linden
- JCDI
JCDI:ADS364180:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Deze Monitor geeft inzicht in procedurele zaken (o.a. zaakskenmerken, wijze van doorverwijzen, doorlooptijden) en inhoudelijke zaken (o.a. tevredenheid partijen met mediator) bij de doorverwijzingen naar mediation via de gerechten.
Er kan niet getoetst worden of deze verschillen significant zijn met behulp van een chi-kwadraat toets omdat niet voldaan is aan de voorwaarde dat de minimale verwachte celfrequentie hoger is dan 5.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het aantal aanwezige partijen en advocaten bij de 150 onderzochte zittingen was respectievelijk 288 en 296. De responspercentages zijn apart uitgerekend voor de korte (verwachtingen)vragenlijsten voorafgaand aan de zitting, de langere vragenlijsten na afloop van de zitting en de interviews (tabel 2).
Korte vragenlijsten
Langere vragenlijsten
Interviews
Partijen
83%
84%
76%
Advocaten
89%
90%
81%
Rechters
99%
100%
100%
De partijen, advocaten en de rechters die hebben meegewerkt aan het onderzoek hebben allemaal de langere vragenlijst ingevuld. Een aantal van hen heeft de korte vragenlijst niet ingevuld en sommige van hen wilden niet meewerken aan het interview. Dit verklaart waarom de responspercentages voor de langere vragenlijsten hoger zijn dan voor de korte vragenlijsten en de interviews. De responspercentages zijn allemaal erg hoog. De participatiebevorderende maatregelen (paragraaf 1.5.2) hebben hier zeker aan bijgedragen.
Er zijn geen significante verschillen gevonden in non-respons tussen eisers en gedaagden (x2 = .003;p = .960), tussen hun advocaten (x2 = .553;p = .457), tussen de partijen bij de Rechtbank ‘ s-Hertogenbosch en die bij de Rechtbank Utrecht (x2 = .141;p = .707) of tussen de advocaten bij de twee rechtbanken (x2 = .000; p = 1.000). In tabel 3 is weergegeven welke soort zaken is onderzocht. Daarbij is uitgegaan van de indeling die het Landelijk Bureau Mediation naast Rechtspraak gebruikt voor haar Mediation Monitor.1 Enkele weinig voorkomende categorieën zijn samengevoegd. De categorie ‘bestuurdersaansprakelijkheid’ is toegevoegd.
Rechtbank
‘s-Hertogenbosch
Rechtbank
Utrecht
Soort zaak
Abs
%
Abs
%
Contractenrecht/overeenkomsten/koop-ruil/ zakelijke dienstverlening
39
52.0
34
45.3
Boedelverdeling (na echtscheiding)
18
24.0
10
13.3
Buren
3
4.0
6
8.0
Bestuurdersaansprakelijkheid
3
4.0
4
5.3
Gezondheidsrecht
3
4.0
3
4.0
Arbeid
0
0.0
5
6.7
Erfrecht
1
1.3
4
5.3
Overig
8
10.7
9
12.0
Totaal
75
100.0
75
100.0
Het is belangrijk dat de soort onderzochte zaken bij de twee rechtbanken ongeveer gelijk is, want anders zouden eventuele verschillen in doelbereik en rechtvaardigheid het gevolg kunnen zijn van de soort zaken. De tabel geeft aan dat de verdeling van de zaken bij de twee rechtbanken redelijk vergelijkbaar is.2 Alleen het aantal boedelverdelingen is bij de Rechtbank ‘ s-Hertogenbosch duidelijk hoger dan bij de Rechtbank Utrecht. Door de geïnterviewde rechters is een aantal malen aangegeven dat boedelzaken vaak bewerkelijke zaken zijn: ze zijn niet zozeer juridisch complex, maar er spelen veel feiten en emoties en het vonnis in dergelijke zaken is vaak lang. Hier staat tegenover dat de Rechtbank ‘ s-Hertogenbosch voor al haar zaken standaard een uur langer uittrekt. Rechters hebben daar voor deze bewerkelijke zaken dus langer de tijd. Al met al lijkt de conclusie gerechtvaardigd dat de soort onderzochte zaken bij de twee rechtbanken (ongeveer) gelijk is.