Einde inhoudsopgave
Intellectuele eigendom in het conflictenrecht (R&P nr. IE1) 2009/6.2.2.c.iii
6.2.2.c.iii Het beginsel van nationale behandeling in verdrag
mr. S.J. Schaafsma, datum 25-06-2009
- Datum
25-06-2009
- Auteur
mr. S.J. Schaafsma
- JCDI
JCDI:ADS465263:1
- Vakgebied(en)
Intellectuele-eigendomsrecht / Algemeen
Internationaal privaatrecht / Conflictenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Ten aanzien van het Verdrag van Parijs kan nog worden opgemerkt dat in art. 2 van het ontwerp-Jagerschmidt het woord `réciproquement' werd gebezigd. Dit werd geschrapt om misverstanden te voorkomen: de verdragsopstellers waren het er over eens dat het beginsel van nationale behandeling niet op enige vorm van reciprociteit berust (Actes VP 1880, p. 33 en p. 35).
Zie ook Ladas 1938, p. 365 en p. 266.
Zie Kosters/Dubbink 1962, p. 435-436.
Ostertag 1940, p. 42: '(...) la pensée fondamentale sur laquelle se repose le système conventionnel. Ce système est celui de la réciprocité dite formelle: un pays contractant protège comme les siennes les oeuvres d'un autre pays contractant uniquement parce que cet autre pays protège lui aussi comme les siennes les oeuvres du premier pays.' (cursivering toegevoegd) In zijn kritiek vat Hoffmann 1940, p. 76 dit op als een reciprociteitsvoorwaarde voor toepassing van het beginsel van nationale behandeling. Zie ook Hoffmann 1941, p. 149.
Baum 1949, p. 10; Baum 1951, p. 116 (zie ook Troller 1952, p. 151).
Vgl. Kosters/Dubbink 1962, p. 423. Zie ook alinea 787 hiervoor.
810. Verdragsrechtelijke context. Bovenstaande opmerkingen regarderen het beginsel van nationale behandeling in de nationale context: eenzijdig in de nationale wet afgekondigd, al dan niet onder "de voorwaarde van wederkerigheid." Zoals wij in Deel I hebben gezien, werd het beginsel van nationale behandeling later in de negentiende eeuw ook bij verdrag overeengekomen. Wij zagen reeds dat dit beginsel het fundament was van veruit de meeste intellectuele-eigendomsrechtelijke verdragen in de negentiende eeuw, zowel van de bilaterale verdragen (`conventions pour la garantie réciproque de la propriété littéraire et artistique'), alsook van de Berner Conventie en het Verdrag van Parijs.
811. Beginsel van nationale behandeling in verdrag. Waar toepassing van het beginsel van nationale behandeling bij verdrag wordt voorgeschreven, is nationale behandeling een verplichting die voortvloeit uit een verdrag. Bij de toepassing van die verdragsregel zijn reciprociteitstoetsen niet toegelaten, tenzij het verdrag anders bepaalt. De Berner Conventie en het Verdrag van Parijs schrijven onvoorwaardelijke nationale behandeling voor.1 Tenzij uitdrukkelijk toegelaten, zijn reciprociteitstoetsen derhalve uitgesloten en bovendien ook in strijd met het onafhankelijkheidsbeginsel. Wordt derhalve in een Unieland het beginsel van nationale behandeling geschonden, dan verandert dat niets aan de verplichting tot nationale behandeling in de andere Unielanden. Zo mogen werken uit een bij de Berner Conventie aangesloten land niet worden achtergesteld in de andere Unielanden omdat in hun land van oorsprong achterstelling plaatsvindt. Het beginsel van nationale behandeling in de Berner Conventie en het Verdrag van Parijs is derhalve niet aan enige reciprociteitstoets onderworpen.2
812. Verdragsrechtelijke reciprociteit. Wel is er sprake van reciprociteit in geheel andere — tamelijk vanzelfsprekende — zin. Bij verdrag worden immers meestal tussen de verdragsluitende staten wederkerig rechten en plichten gevestigd. Deze vorm van reciprociteit heeft echter betrekking op de rechtsverhouding van staten, terwijl de tot dusver behandelde reciprociteit betrekking heeft op de inhoud der regels.3 Ingeval van de Berner Conventie en het Verdrag van Parijs hebben de verdragsluitende staten zich tegenover elkaar verplicht tot nationale behandeling van door de hen beschermde intellectuele-eigendomsrechten; maar dat betekent niet dat bij de toepassing van deze verdragsregel reciprociteit een rol speelt. Dit wordt vaak verward. Zo kan men zich afvragen of Ostertag, waar hij stelt dat 'formele reciprociteit' de grondgedachte van de Berner Conventie is, dit verwart met verdragsrechtelijke reciprociteit.4 Baum lijkt zijn soortgelijke stelling in die zin te hebben bijgesteld.5
813. Reciprociteit als rechtstoestand. In nog andere zin is er ook sprake van reciprociteit. Door de toepassing van het beginsel van nationale behandeling ontstaat in de Unielanden reciprociteit op vreemdelingenrechtelijk en conflictenrechtelijk vlak. Hier is sprake van reciprociteit als rechtstoestand, niet als rechtseis.6 Binnen de onderscheidene toepassingsgebieden van de verdragen is de vreemdelingen-rechtelijke en de conflictenrechtelijke toestand in de Unielanden immers eender.
814. Tot zover enkele algemene verkenningen over reciprociteit en de reciprociteitstoets. Thans richt het onderzoek zich op de materiële-reciprociteitstoetsen in de Berner Conventie (par. 6.3), en op de materiële-reciprociteitstoetsen in het Verdrag van Parijs en de Schikking van Madrid (par. 6.4). De Berner Conventie voert daarbij de boventoon: zij bevat de meeste materiële-reciprociteitstoetsen, bovendien zijn haar toetsen gecompliceerder.