Einde inhoudsopgave
De huwelijksgemeenschap en verkrijgingen krachtens erfrechtelijke titel en gift (R&P nr. PFR10) 2024/8.4.7.1
4.7.1 De volgorde van verdeling
Mr. T.M. Subelack, datum 02-01-2024
- Datum
02-01-2024
- Auteur
Mr. T.M. Subelack
- JCDI
JCDI:ADS947986:1
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie Van Mourik & Schols, Gemeenschap (Mon. BW nr. B9) 2015/11 en M.J.A. van Mourik,‘Inleidende beschouwingen’,in: Verdeling (preadvies KNB) 2012, p. 28-31. Gesproken wordt ook wel over ‘jongere en oudere’ gemeenschappen. Zie Asser/Perrick 3-V 2023/151 en M.J.A. van Mourik, ‘Inleidende beschouwingen’, in: Verdeling (preadvies KNB) 2012, p. 28-29 (meer in het bijzonder voetnoot 16).
Zie over die wettelijke verdeling paragraaf 3.2.1 van hoofdstuk 6.
In deze paragraaf blijft buiten beschouwing wat rechtens is wanneer de langstlevende echtgenoot ten tijde van de verdelingen weer in wettelijke gemeenschap van goederen is gehuwd. Dit zal naar mijn inschatting niet heel vaak voorkomen. Bovendien kan uit de uitgangspunten die in deze paragraaf voor de andere erfgenamen worden geschetst, ook de positie van de langstlevende echtgenoot worden gedestilleerd.
Zie met name Klaassen/Luijten & Meijer, Huwelijksgoederen- en erfrecht, Eerste gedeelte 2005/172; Van Mourik & Schols, Relatievermogensrecht (Mon. Pr. nr. 12) 2021/45 en 47.9; Van Mourik & Schols, Gemeenschap (Mon. BW nr. B9) 2015/38; Verstappen & Burgerhart, Nederlands vermogensrecht bij scheiding, Algemeen deel A 2020, p. 226; B. Breederveld, ‘De beperkte gemeenschap van goederen (deel 2), REP 2017/7, p. 26-27; M.J.A. van Mourik, ‘Naschrift (vruchtgebruik en ontbonden huwelijksgemeenschap)’, WPNR 1995/6178, p. 277-279 en L.C.A. Verstappen in zijn noot onder de uitspraak HR 8 september 2017, ECLI:NL:HR: 2017:2274, NJ 2017/437. Zie tevens punt 2.22 en punt 2.23 van de conclusie van A-G Rank-Berenschot vóór de uitspraak HR 8 september 2017, ECLI:NL:HR: 2017:2274, NJ 2017/437.
Zie hierover uitvoerig paragraaf 3 en paragraaf 4 van hoofdstuk 5.
Vgl. de discussie tussen Van Mourik en De Die in ‘Reactie’ en ‘Naschrift’, WPNR 1995/6178, p. 276-277 (‘Reactie’) en p. 277-279 (‘Naschrift’), waar Van Mourik ter verdediging van zijn opvatting dat pas na verdeling van de ontbonden huwelijksgemeenschap de nalatenschap kan worden verdeeld, (mede) een beroep doet op de uitspraak HR 18 januari 1984, ECLI:NL:HR:1984:AC8257, NJ 1985/632. In die uitspraak heeft de Hoge Raad inderdaad overwogen: “De ontbinding van een huwelijksgoederengemeenschap door het overlijden van een der echtgenoten heeft niet van rechtswege tot gevolg dat de overblijvende echtgenoot gerechtigd wordt tot de helft van elk der bestanddelen van die huwelijksgoederengemeenschap. Bij ontbinding van een huwelijksgoederengemeenschap komt immers eerst door een scheiding en deling vast te staan op welke vermogensbestanddelen en in welke verhouding de deelgenoten in die ontbonden gemeenschap rechten kunnen doen gelden.” Deze uitspraak is echter gewezen onder de werking van het oud BW, toen werd aangenomen dat de deelgenoten vóór de verdeling slechts een aandeel in de gemeenschap als geheel hebben (en niet een aandeel in goederen van de gemeenschap afzonderlijk) en de verdeling om die reden nog declaratieve werking en terugwerkende kracht had (vgl. paragraaf 3 van hoofdstuk 5). In het huidige systeem van het BW kan deze uitspraak dus niet meer worden gebruikt ter verdediging van de visie dat pas na verdeling van de ontbonden huwelijksgemeenschap de nalatenschap kan worden verdeeld, net zoals daartoe om diezelfde reden ook geen beroep meer kan worden gedaan op de uitspraak van de Hoge Raad in Vier Huizen (HR 11 mei 1984, ECLI:NL:HR:1984:AG4810, NJ 1985/527). Zie ook paragraaf 4.7.2 hierna.
501. In de vorige paragraaf is ingegaan op de situatie dat goederen tot één gemeenschap behoren, die in meerdere opvolgende verdelingen wordt verdeeld. Het kan echter ook gebeuren dat hetzelfde goed tot meerdere gemeenschappen behoort, en dat er in die zin meerdere verdelingen moeten plaatsvinden om tot een onverdeeldheid te geraken. In de literatuur wordt dit ook wel aangeduid als de problematiek van de ‘samenvallende’ of ‘verweven’ gemeenschappen’.1 Binnen de bandbreedte van dit onderzoek kan dan vooral worden gedacht aan de situatie dat erflater is gehuwd in de wettelijke gemeenschap van goederen, meerdere erfgenamen heeft, en de wettelijke verdeling van artikel 4:13 lid 1 BW niet van toepassing is.2 Door het overlijden van erflater wordt dan de huwelijksgemeenschap ontbonden (artikel 1:99 lid 1 sub a BW), terwijl tegelijkertijd een nalatenschap ontstaat waartoe meerdere erfgenamen gerechtigd zijn. Van die nalatenschap maakt dan deel uit ‘het aandeel’ van erflater in de ontbonden huwelijksgemeenschap. Om uit deze onverdeeld te geraken zullen er dus twee gemeenschappen verdeeld moeten worden. Als een erfgenaam in het kader van die verdelingen goederen krijgt toegedeeld en hij op zijn beurt (ook) in de wettelijke gemeenschap van goederen is gehuwd, is het de vraag wat het effect van deze verdelingen op de omvang van diens huwelijksgemeenschap is.3
502. Om die vraag te kunnen beantwoorden is het allereerst van belang om vast te stellen op welke wijze men uit de onverdeeldheid kan geraken. In de literatuur wordt vaak bepleit dat eerst de huwelijksgemeenschap moet worden verdeeld vóórdat tot verdeling van de nalatenschap kan worden overgegaan.4 In deze gedachte kan deze verdeling op hetzelfde moment en in één rechtshandeling geschieden, maar men kan niet tot verdeling van de nalatenschap komen als niet tegelijkertijd de verdeling van de huwelijksgemeenschap plaatsvindt. De gedachte achter deze aanname is dat men pas na verdeling van de huwelijksgemeenschap zou kunnen vaststellen welke goederen er precies tot de nalatenschap behoren, en dus tussen de erfgenamen verdeeld moeten worden. Tot dat moment behoort tot de nalatenschap slechts een onverdeeld aandeel in de ontbonden huwelijksgemeenschap als geheel. Naar mijn mening past deze visie niet in de goederenrechtelijke structuur die in het huidige BW aan de breukdelengemeenschap is toegekend. In dat systeem is ieder van de deelgenoten reeds vóór de verdeling eigenaar van alle goederen van de gemeenschap afzonderlijk, óók als het een bijzondere gemeenschap betreft. De deelgenoten hebben dus niet langer slechts een aandeel in die gemeenschap als geheel, zoals onder de werking van het oud BW werd aangenomen.5 Onder die omstandigheden kan niet langer worden volgehouden dat pas door verdeling van de ontbonden huwelijksgemeenschap kan worden vastgesteld welke goederen tot de nalatenschap behoren. De erfgenamen zijn reeds vóór de verdeling van de huwelijksgemeenschap gezamenlijk eigenaar van alle afzonderlijke goederen die tot de nalatenschap behoren, en dus óók van de goederen die bij overlijden van erflater tot diens huwelijksgemeenschap behoorden. Zij zijn dat samen met de echtgenoot van de erflater, die eveneens mede-eigenaar van de goederen van die ontbonden huwelijksgemeenschap is. De erfgenamen zijn daarbij gezamenlijk gerechtigd tot de ene helft van (de waarde van) die goederen, en de langstlevende is gerechtigd tot de andere helft van (de waarde van) die goederen. Dit betekent dat reeds vóór de verdeling van de ontbonden huwelijksgemeenschap precies kan worden vastgesteld welke goederen tot de nalatenschap behoren.6 Dat zijn alle goederen van erflater, inclusief zijn aandeel in de goederen die op het moment van overlijden tot diens huwelijksgemeenschap met de langstlevende behoorden. Daardoor kan de nalatenschap dus óók als eerste verdeeld worden. Als dat gebeurt, worden alle goederen van de nalatenschap, waaronder (het ‘aandeel in’) de goederen die tot de ontbonden huwelijksgemeenschap met de langstlevende (behoort) behoren, aan één (of meerdere) van de erfgenamen toegedeeld en geleverd, waarna deze erfgenaam (of erfgenamen) met de langstlevende echtgenoot tot een verdeling van de huwelijksgemeenschap dient (dienen) te komen. Anders dan vaak wordt aangenomen, kunnen de huwelijksgemeenschap en nalatenschap dus geheel los van elkaar verdeeld worden waarbij de volgorde van verdeling niet uitmaakt.