Sturen met proceskosten
Einde inhoudsopgave
Sturen met proceskosten (BPP nr. XII) 2011/5.3.1.1:5.3.1.1 Grens tussen nodig en onnodig gedrag
Sturen met proceskosten (BPP nr. XII) 2011/5.3.1.1
5.3.1.1 Grens tussen nodig en onnodig gedrag
Documentgegevens:
mr. P. Sluijter, datum 31-10-2011
- Datum
31-10-2011
- Auteur
mr. P. Sluijter
- JCDI
JCDI:ADS593206:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Hof Randstad, man.
Ktr Randstad, man.
Hof Randstad, vrouw.
Rb Provincie, vrouw.
Hof Provincie, man. Die vertelde bovendien dat een verhaal rondgaat over een advocaat wiens moeder inmiddels twee keer is overleden.
Ktr Randstad, man.
Hof Provincie, man.
Rb Randstad, man.
Zie de vele quotes met voorbeelden in dit hoofdstuk.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Steeds is in min of meer dezelfde formulering het volgende gevraagd: In mijn onderzoek bekijk ik bestaande en mogelijke nieuwe remedies tegen onnodig vertragend en/of kostenverhogend procesgedrag van partijen. Hoe kijkt u wat partijgedrag betreft aan tegen de grens tussen nodig en onnodig? Wat opvalt is dat de meeste respondenten een dergelijke grens wel zien, maar het moeilijk vinden om die te duiden. Precies de helft van de respondenten gebruikt in de eerste zin van hun antwoorden letterlijk de termen 'moeilijk', 'niet zo makkelijk' of '(heel/ontzettend) lastig'. Zij grijpen snel naar concrete voorbeelden om te illustreren in welke gevallen wel en niet sprake is van verstorend gedrag. Op die voorbeelden zelf wordt nog teruggekomen, maar eerst worden de algemene lijnen van de antwoorden besproken, waarin meerdere redenen naar voren komen waarom de grens tussen nodig en onnodig gedrag diffuus en praktisch moeilijk te bepalen is.
Ten eerste kan de (on)nodigheid van een proceshandeling vanuit verschillende perspectieven en beoordelingsmomenten worden bezien. Een aantal rechters noemt het verschil tussen de rol van de rechter en die van de advocaat. In sommige gevallen vinden zij zelf een akte, incident of verweer weliswaar onnodig, maar hebben zij er begrip voor dat de advocaat dat vanuit zijn rol anders kan zien. Ook begrijpen zij dat een advocaat bang is om een belangrijk punt te missen en dat die daarom wijdlopig op alles ingaat en zo soms ook onnodige stappen neemt.
‘Ja, dat is natuurlijk heel moeilijk, omdat dat samenhangt met de verschillende rol die je hebt. Als rechter kijkje anders tegen een dossier aan dan als advocaat. (..) Dat brengt mee dat in de ogen van de rechter dingen vaker onnodig zijn dan in de ogen van de advocaat, zonder dat je vindt dat je als rechter nou kunt zeggen dat je dat iemand kunt kwalijk nemen dat die iets onnodigs doet. Kijk, als advocaat heb je het probleem datje uiteindelijk niet weet, wat volgens degene die beslist de springende punten in een zaak zijn.'1
Ook het tijdstip van beoordeling maakt verschil. Uit de antwoorden komt vaak het onderscheid 'vooraf' versus 'achteraf' naar voren. Als een partij de rolrechter toestemming vraagt om nog een akte te mogen nemen, kan dat op dat moment nodig lijken, maar tijdens het schrijven van het vonnis kan alsnog blijken dat de akte inhoudelijk niets bijdraagt. Dan is het de vraag of je vanuit die kennis achteraf de nodeloosheid kunt verwijten aan de partij en/of de advocaat. Sommige rechters focussen in hun antwoorden ook meer op de toetsing vooraf, het toestaan van handelingen, terwijl anderen meer nadruk leggen op de toetsing achteraf, bijvoorbeeld in het kader van nodeloos gemaakte kosten. Een enkeling maakt zelf duidelijk dat onderscheid tussen vooraf en achteraf:
‘ En in het algemeen als ik dat heb toegestaan, dan heb ik dat ook goed gevonden en heb ik dat kennelijk zinnig bevonden en zal ik dat niet zo snel als onnodig verstorend procesgedrag aanmerken. Want dan vond ik het blijkbaar nuttig dat die akte werd genomen, of in ieder geval niet onnodig. En achteraf gebeurt het natuurlijk wel dat ik het vonnis schrijf, dat ik zeg: ' Ja, dit is toch allemaal niet nodig geweest zo, al die proceshandelingen.' En dan wil ik dat wel eens verdisconteren in de proceskostenveroordeling.' 2
Een tweede punt dat volgens de respondenten de grens tussen nodig en onnodig moeilijk te bepalen maakt, is het gebrek aan eigen informatie over de nodigheid van een gedraging en over de achtergrond daarvan.
‘ Het is ontzettend lastig. (.. ) Je moet ontzettend uitkijken om op basis van procesgedrag, terwijl je helemaal niet weet wat er verder achter zit, om eenzijdig zomaar te beslissen dat dit trainerend is. Daar kan je ook heel erg naast zitten. Dan doe je het op basis van iets wat je ziet, terwijl je de rest niet weet. Je moet daar heel erg mee uitkijken. ' 3
Eén rechter4 wijst er op dat een handeling in het kader van de procedure misschien onnodig is, maar dat die dan nog wel nodig kan zijn in het kader van de geschilbeslechting in bredere zin tussen partijen. Een andere rechter geeft aan dat bij een eenzijdig uitstelverzoek wegens ziekte nog wel eens een doktersverklaring wordt gevraagd, maar het vragen om een rouwkaart bij uitstel wegens familieomstandigheden gaat te ver.5
Met bovengenoemde punten houdt ook een derde reden verband die enkele malen wordt genoemd: begrip voor het complexe communicatieproces tussen advocaat en cliënt. Of, zoals een kantonrechter meldt, juist begrip voor de in persoon procederende partij die wellicht niet alles goed doet.6
‘ Een advocaat die pas later met een bepaald stuk komt, die komt daar mogelijk later mee, omdat hij het niet eerder van zijn cliënt gekregen heeft, terwijl hij wel goed zijn best gedaan heeft om alles boven tafel te krijgen. Je kunt zeggen, dat was onnodig, dan had de cliënt het maar eerder moeten geven. Maar het is een ingewikkeld communicatieproces tussen die advocaat en die cliënt. De cliënt die maar half luistert als de advocaat hem ondervraagt, want die denkt: ik ben toch bij een advocaat?! Dus dan al die kritische vragen... Dat is een heel lastig spanningsveld.'7
Een vierde en laatste reden is dat enkele rechters dogmatisch en/of praktisch maar weinig ruimte zien voor ' onnodig' procesgedrag. Als de wet en het rolreglement ruimte bieden voor een proceshandeling, dan mogen partijen die volgens hen nemen en is het niet aan de rechter om te bepalen of iets nodig is.
‘ (.. ) want onnodig gedrag van partijen, dat kom ik haast nooit tegen. Waarom niet? Omdat iedere partij de gelegenheid moet hebben om, nou ja, alles uit te kast te halen om zijn gelijk aan te tonen. Dat is het uitgangspunt, en ook al werkt dat vertragend en al werkt dat kostenverhogend, dan moet dat toch kunnen. Alles natuurlijk binnen, nou ja, grenzen nog van het redelijke.' 8
Toch zien bijna alle respondenten uiteindelijk wel een grens aan de nodigheid van bepaalde gedragingen, ook al wordt die grens diffuus genoemd en ligt die volgens een deel van de respondenten ver weg. Sommigen zien de grens pas bij opzettelijke chicanes en vertragingstactieken, terwijl anderen verwijtbaarheid voldoende vinden om te kunnen spreken over onnodig gedrag. De meeste rechters hebben wel een of meerdere spontane praktijkvoorbeelden waarin de grens van het nodige is overschreden.9
Kortom, volgens de meeste respondenten ligt er ergens een grens tussen nodig en onnodig gedrag, maar die grens wordt niet snel overschreden. En als die een keer wordt overschreden, dan is dat voor de rechter niet altijd even duidelijk vast te stellen. Die onduidelijkheid wordt onder meer veroorzaakt door informatieasym-metrie aan twee kanten, samenhangend met de verschillende rollen in het proces. Enerzijds beseffen rechters dat advocaten niet in de hoofden van rechters kunnen zien welke kant de zaak op gaat. Anderzijds begrijpen ze dat ze zelf niet precies kunnen beoordelen welke belangen er zijn en hoe de communicatie tussen advocaat en cliënt verloopt: of een stuk écht niet eerder had kunnen worden ingediend en of de advocaat of partij écht ziek was. Daarnaast speelt ook de visie op het procesrecht een rol: valt partijen niets aan te rekenen zolang zij zich aan wet en rolreglement houden of hebben zij daarnaast ook een verantwoordelijkheid om geen onnodig gedrag te vertonen? En moet alleen opzettelijk onnodig gedrag (chicanes) partijen aangerekend worden of ook verwijtbaarheid?