Einde inhoudsopgave
Splitsing in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (FM nr. 171) 2021/5.1
5.1 Inleiding en werkwijze
Mr. dr. G.C. van der Burgt, datum 29-11-2021
- Datum
29-11-2021
- Auteur
Mr. dr. G.C. van der Burgt
- JCDI
JCDI:ADS491505:1
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting (V)
Voetnoten
Voetnoten
De nota Zicht op wetgeving is opgenomen in Kamerstukken II 1990/91, 22 008, nrs. 1-2.
Zie Bobeldijk 2009, Hoogeveen 2011, Post 2012, Rozendal 2014, Kooiman 2016 en Elsweier 2018. Vgl. ook Hofman 2011 die zijn toetsingskader in onderdeel 1.2 vorm heeft gegeven aan de hand van een aantal subvragen. Deze bevatten criteria die (deels) overeenkomen met de kwaliteitseisen uit de nota Zicht op wetgeving. Hoogeveen 2011, onderdeel 1.3.3.2, p. 40-42, geeft een aantal argumenten voor haar keuze de kwaliteitseisen uit de nota Zicht op wetgeving als toetsingskader te hanteren: (i) de kwaliteitseisen stemmen grotendeels overeen met de algemene beginselen van behoorlijke wetgeving, (ii) de kwaliteitseisen zijn normen die de wetgever zichzelf oplegt, (iii) de wetgever erkent dat de kwaliteitseisen geschikt zijn voor een achterafbeoordeling van bestaande wetgeving, en (iv) het gebruiken van deze kwaliteitseisen zorgt voor een grote mate van consensus dat aan de hand daarvan de kwaliteit van wetgeving kan worden beoordeeld.
Vgl. Gribnau in: Rijkers & Vording 2006, hoofdstuk 1, met name onderdeel 3, p. 33-37. Hij verwijst naar Radbruch die op zijn beurt rechtvaardigheid heeft onderverdeeld in: rechtsgelijkheid, doelgerichtheid en rechtszekerheid. Verderop in dit hoofdstuk leg ik dwarsverbanden tussen mijn toetsingscriteria en deze drie componenten.
In dit hoofdstuk staat het tweede onderdeel van mijn toetsingskader in de vorm van toetsingscriteria centraal. Deze toetsingscriteria komen voort uit de in hoofdstuk 4 uitgewerkte context van dit onderzoek en moeten in staat stellen de kwaliteit van de splitsingsregels in de vennootschapsbelasting te toetsen. Tegelijkertijd moeten verbeteringsvoorstellen voldoen aan deze criteria. Ik heb ervoor gekozen drie toetsingscriteria te ontwikkelen. Deze toetsingscriteria vertonen overlap met de kwaliteitseisen uit de nota Zicht op wetgeving,1 waarvan met grote regelmaat gebruik wordt gemaakt in fiscale dissertaties waarin een kwaliteitstoets van fiscale regels centraal staat.2 Die overlap is begrijpelijk. Zowel de door mij ontwikkelde toetsingscriteria als de kwaliteitseisen uit de nota Zicht op wetgeving zijn mijns inziens namelijk concretiseringen van, en zijn daarmee terug te voeren op, de meer abstracte rechtswaarde van rechtvaardigheid.3 Bij het ontwikkelen en operationaliseren van mijn toetsingscriteria heb ik in de kern de tweede onderzoeksvraag op mijn netvlies:
Op welke wijze kan de rechtsfiguur van de splitsing op rechtvaardige wijze worden verankerd in het Nederlandse vennootschapsbelastingsysteem?
Dit hoofdstuk kent een opbouw van algemeen naar specifiek. De kwaliteitseisen uit de nota Zicht op wetgeving zijn algemeen in die zin dat zij niet voorbehouden zijn aan fiscale wetgeving, maar gelden voor al het overheidsoptreden door middel van wetgeving. Om die reden besteed ik daar in onderdeel 5.2 eerst aandacht aan. In onderdeel 5.3 ontwikkel en operationaliseer ik vervolgens mijn drie toetsingscriteria waarbij ik dwarsverbanden leg met de kwaliteitseisen uit de nota Zicht op wetgeving. Dit laatste om te verduidelijken dat mijn toetsingscriteria niet op zichzelf staan. Ik sluit het hoofdstuk in onderdeel 5.4 af met een samenvattend overzicht van mijn conclusies.