Open normen in het huurrecht
Einde inhoudsopgave
Open normen in het huurrecht (R&P nr. VG11) 2019/6.2.5:6.2.5 Tussenconclusie
Open normen in het huurrecht (R&P nr. VG11) 2019/6.2.5
6.2.5 Tussenconclusie
Documentgegevens:
J.Ph. van Lochem, datum 01-10-2019
- Datum
01-10-2019
- Auteur
J.Ph. van Lochem
- JCDI
JCDI:ADS497417:1
- Vakgebied(en)
Huurrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Over het algemeen kan geconcludeerd worden dat de rechter een wisselende mate van ruimte heeft als het de norm ‘onredelijk bezwarend beding’ betreft. Des te meer de norm gesloten is, des te minder ruimte heeft de rechter. Indien artikel 6:236 of 6:237 BW van toepassing is, bestaat er voor de rechter weinig ruimte en zal hij dienovereenkomstig moeten oordelen. Zo mag de rechter, als een boetebeding onredelijk bezwarend is, niet tot matiging overgaan, maar dient hij het beding te vernietigen.
Meer ruimte zit bij een beroep door een van beide (proces)partijen op artikel 6:233 sub a BW, zonder dat sprake is van toepasselijkheid van artikel 6:235-6:237 BW. In dat geval heeft de rechter de ruimte om rekening te houden met alle omstandigheden van het geval, iets waar gebruik van wordt gemaakt.