Aftrek van BTW als (belaste) omzet ontbreekt
Einde inhoudsopgave
Aftrek van BTW als (belaste) omzet ontbreekt (FM nr. 134) 2010/5.5.5.3:5.5.5.3 Verhuiskosten-arrest
Aftrek van BTW als (belaste) omzet ontbreekt (FM nr. 134) 2010/5.5.5.3
5.5.5.3 Verhuiskosten-arrest
Documentgegevens:
dr. S.T.M. Beelen, datum 01-03-2010
- Datum
01-03-2010
- Auteur
dr. S.T.M. Beelen
- JCDI
JCDI:ADS305571:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Europees belastingrecht / Richtlijnen EU
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een ondernemer is onderdeel van een internationaal concern en exploiteert in Nederland een chemische fabriek. Regelmatig worden voor deze exploitatie werknemers van het concern overgeplaatst naar Nederland. Binnenlandse verhuizingen worden door de ondernemer niet vergoed, maar de ondernemer schakelt op eigen naam en voor eigen rekening opslag- en expeditiebedrijven in. De facturen van de verhuizers zijn dan op naam van belanghebbende gesteld. De ondernemer heeft de door de verhuizers aan haar in rekening gebrachte btw in aftrek gebracht. De inspecteur weigert deze aftrek.
Evenals in het outplacement arrest beslist de Hoge Raad dat de verhuizers hebben gepresteerd aan de ondernemer nu de ondernemer op eigen naam en voor eigen rekening de prestatie afneemt en er geen rechtsbetrekking bestaat tussen de verhuizers en de werknemers.
Inzake de mogelijkheid tot aftrek door de ondernemer van de door de verhuizers in rekening gebrachte btw overweegt de Hoge Raad het volgende:
Ingevolge het bepaalde in artikel 1, lid 1, aanhef en letter c, van het BUA wordt de in artikel 15, lid 1, van de Wet bedoelde aftrek van omzetbelasting uitgesloten voorzover de goederen of diensten worden gebezigd voor persoonlijke doeleinden van personeel. Onder dergelijke diensten zijn in beginsel begrepen het vervoeren en opslaan van persoonlijke inboedels van werknemers in verband met hun door hun werkzaamheden opgeroepen verhuizing (HR 1 november 1989, nr. 25 755, BNB 1990/9). De uitsluiting van de aftrek is echter niet van toepassing, indien een bijzondere omstandigheid de werkgever dwingt tot het voor zijn rekening doen verrichten van de diensten (zie het Hof van Justitie in de reeds aangehaalde zaak Fillibeck), zodat de uitgaven voor die diensten primair worden gedaan in het belang van de onderneming en het persoonlijke voordeel voor de werknemers, zo al aanwezig, van ondergeschikt belang is (HR 25 maart 1998, nr. 33 096, BNB 1998/181, onderdeel 3.3). Daarvoor is met betrekking tot de onderwerpelijke verhuizingen beslissend of de noodzaak van die verhuizingen geheel en al wordt opgeroepen door de bijzondere behoeften van de onderneming, zonder dat er – in juridische of in feitelijke zin – ruimte is voor keuzebeslissingen van de betrokken werknemers met betrekking tot de plaats van hun tewerkstelling.
De Hoge Raad herhaalt dus de beslissing in het outplacement-arrest en verwijst wederom naar het Fillibeck-arrest.