Misleidende beursberichten
Einde inhoudsopgave
Misleidende beursberichten (IVOR nr. 124) 2022/8.1:8.1 Inleiding
Misleidende beursberichten (IVOR nr. 124) 2022/8.1
8.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. drs. A.C.W. Pijls, datum 01-07-2022
- Datum
01-07-2022
- Auteur
mr. drs. A.C.W. Pijls
- JCDI
JCDI:ADS655923:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de voorgaande hoofdstukken heb ik uitgebreid de materieelrechtelijke aspecten behandeld van het causaal verband en de schade bij aansprakelijkheid voor misleidende beursberichtgeving. Bij de bespreking van deze materieelrechtelijke aspecten heb ik vooralsnog geabstraheerd van alle bewijsrechtelijke vragen die bij (het bewijs van) het causaal verband en de schade in de praktijk kunnen rijzen. Het zijn deze bewijsrechtelijke vragen die in de komende twee hoofdstukken centraal staan. In dit hoofdstuk behandel ik eerst het bewijs van het causaal verband en de schade bij aansprakelijkheid voor misleidende beursberichtgeving op grond van het Amerikaanse federale effectenrecht. In dit verband zal ik onder meer uitvoerig ingaan op de financieel-economische en econometrische methoden en technieken die in de Amerikaanse securities fraud class actions praktijk voor dit bewijs (plegen te) worden gebruikt. In hoofdstuk 9 bespreek ik daarna het bewijs van het causaal verband en de schade bij aansprakelijkheid naar Nederlands recht. Bij de theorievorming voor het Nederlandse recht zullen de inzichten uit het Amerikaanse recht een belangrijke inspiratiebron vormen.
De opbouw van dit hoofdstuk is als volgt. In § 8.2 behandel ik eerst het bewijs van reliance/transaction causation. Vervolgens ga ik in § 8.3 in op het bewijs van marktefficiëntie. In § 8.4 volgt daarna het bewijs van loss causation en damages, en tot besluit ga ik in § 8.5 in op de bewijsrechtelijke complicaties die kunnen spelen bij een fundamenteel en/of informationeel inefficiënte markt.