Het juridische begrip van godsdienst
Einde inhoudsopgave
Het juridische begrip van godsdienst (SteR nr. 43) 2018/7.3.1:7.3.1 Inleiding
Het juridische begrip van godsdienst (SteR nr. 43) 2018/7.3.1
7.3.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. drs. A. Vleugel, datum 01-09-2018
- Datum
01-09-2018
- Auteur
mr. drs. A. Vleugel
- JCDI
JCDI:ADS458838:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In deze paragraaf komt ten eerste de kwalificatie van de boerka in de rechtspraak aan de orde. Het EHRM heeft in dit verband een interessante uitspraak gedaan in de zaak S.A.S. v Frankrijk en de kern hiervan later min of meer herhaald in Belcacemi en Oussar v België (7.3.2). Daarnaast zijn er op nationaal niveau nog enkele uitspraken van lagere rechtsprekende instanties (7.3.3). Ten tweede bespreek ik kwalificatie van overige kleding en omgangsvormen als uiting van godsdienst in de jurisprudentie van de CGB (7.3.4), de nationale rechter (7.3.5) en het EHRM (7.3.6). In 7.3.7 bespreek ik de legitimaties die de verschillende rechterlijke instanties geven voor de door hen gegeven kwalificatie.